ECLI:NL:RVS:2026:4398
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toelating BOL-leerweg facilitair medewerker niveau 2 wegens veiligheid en begeleiding
Appellant verzocht om toelating tot de BOL-leerweg facilitair medewerker niveau 2, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de groep studenten voornamelijk uit kwetsbare jonge vrouwen bestaat en appellant baat heeft bij meer begeleiding. Het college achtte de BBL-leerweg via 'De Tussenvoorziening' passender vanwege de praktijkgerichte aanpak en de betrokkenheid van de gemeente.
Appellant maakte bezwaar tegen de afwijzing, stellende dat hij werd gediscrimineerd op grond van leeftijd en dat de motivering wisselde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het recht op toelating tot een opleiding niet automatisch recht geeft op toelating tot een specifieke leerweg. Het college had zwaarwegende belangen aangevoerd, waaronder de veiligheid van kwetsbare medestudenten en de onvoldoende studievoortgang van appellant door taalachterstand.
De Afdeling vond dat het college voldoende had gemotiveerd dat appellant door zijn intimiderende gedrag en onvoldoende taalvaardigheid niet passend is voor de BOL-leerweg. De afwijzing was een op de persoon toegesneden afweging en geen discriminatie. Het beroep werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van toelating tot de BOL-leerweg wordt ongegrond verklaard vanwege zwaarwegende belangen van het college.