ECLI:NL:RVS:2026:4411
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing aanvullende onderwijsvoorzieningen voor student met functiebeperking
Een student die de masteropleiding Rechtsgeleerdheid volgt, verzocht om extra tentamen- en onderwijsvoorzieningen vanwege een functiebeperking. De examencommissie kende enkele voorzieningen toe, zoals het vooraf ontvangen van gebruikte slides en extra tijd bij mondelinge toetsen, maar wees andere verzoeken af. Het college van beroep voor de examens (CBE) verklaarde het administratief beroep van de student tegen deze afwijzing ongegrond.
De student stelde dat het beroep niet versneld had mogen worden behandeld en dat de studieadviseur en examencommissie meer passende voorzieningen hadden moeten toekennen, zoals een extra overlegmoment met de docent. De Raad van State oordeelde dat het CBE de versnelde behandeling terecht toepaste vanwege het spoedeisende belang en dat het niet onredelijk was dat docenten niet verplicht werden om vooraf casusuitwerkingen te verstrekken, omdat dit het leerdoel zou ondermijnen.
Verder werd geoordeeld dat het verzoek om een structureel extra overlegmoment niet onderdeel was van het oorspronkelijke verzoek en dat docenten wel bereid zijn om in concrete gevallen vragen te beantwoorden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de student tegen de gedeeltelijke afwijzing van onderwijsvoorzieningen wordt ongegrond verklaard.