ECLI:NL:RVS:2026:4412
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder dwangsom wegens geluid- en stofoverlast bij spoorwegemplacement Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde op 15 oktober 2021 aan ProRail een last onder dwangsom op wegens overschrijding van de geluidgrenswaarden bij het spoorwegemplacement aan de Atoomweg. Appellant, wonend tegenover de laad- en loskade, ervoer geluid- en stofoverlast door de overslag van stenen en verzocht handhaving. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de overslag van stenen definitief was beëindigd na de laatste treinlossing op 29 juli 2021, waardoor de geluid- en stofoverlast ophield. Hoewel appellant stelde dat de stofoverlast bleef bestaan en de overslag werd voortgezet, concludeerde de Afdeling dat de overlast in 2022 werd veroorzaakt door spooronderhoudswerkzaamheden met geldige ontheffing. Het handhavingstraject was al gestart vóór het verzoek van appellant en leidde tot het besluit met last onder dwangsom.
Daarnaast werd een schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. De Afdeling veroordeelde de Staat tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd; schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt toegekend.