ECLI:NL:RVS:2026:4431
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- N.H. van den Biggelaar
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verzoek beheermaatregelen Natura 2000-gebied Kolland en Overlangbroek
De Vereniging Natuur en Milieu verzocht het college van gedeputeerde staten van Utrecht om in het Natura 2000-gebied Kolland en Overlangbroek het waterpeil te verhogen, essenhakhoutbeheer te laten uitvoeren en braamopslag te verwijderen. Het college wees dit verzoek bij besluit van 28 april 2023 af, op grond van artikel 2.4, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van de vereniging tegen deze afwijzing ongegrond.
De vereniging stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Staatsbosbeheer stelde incidenteel hoger beroep in over de bevoegdheid van de rechtbank. De Afdeling oordeelde dat het college van gedeputeerde staten niet bevoegd is om op grond van artikel 2.4 Wnb derden aan te schrijven om beheermaatregelen uit te voeren, omdat deze bevoegdheid niet is bedoeld voor het opleggen van beheermaatregelen aan terreinbeheerders.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaarde het hoger beroep gegrond en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van proceskosten aan de vereniging. De Afdeling wees het incidenteel hoger beroep van Staatsbosbeheer toe en oordeelde dat de rechtbank zich terecht bevoegd had geacht, maar dat het college onbevoegd was.
Uitkomst: Het besluit van het college van gedeputeerde staten Utrecht wordt vernietigd wegens onbevoegdheid, met in stand blijvende rechtsgevolgen en veroordeling tot proceskostenvergoeding.