ECLI:NL:RVS:2026:4435
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- G.O. van Veldhuizen
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het belang bij opname woning in veiligheidsnormbeoordeling na mijnbouwschade
Appellant is sinds 1991 eigenaar van een vrijstaande woning in Groningen, die hij ook beroepsmatig gebruikt. Na een melding van een acuut onveilige situatie in 2019 en een inspectie door een deskundigenbureau, werd vastgesteld dat er geen acuut gevaar was. In 2020 vroeg appellant via het Loket Opname op Verzoek (LOOV) opname van zijn woning voor een veiligheidsbeoordeling aan. Na een advies van een ingenieursbureau bepaalde de staatssecretaris in februari 2022 dat de woning in aanmerking komt voor een beoordeling aan de veiligheidsnorm.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit niet-ontvankelijk omdat appellant geen belang zou hebben bij de procedure, aangezien het doel van versterking van de woning niet met deze procedure bereikt kan worden. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel belang heeft, omdat eerdere beschikbare veiligheidsinformatie niet tijdig is benut en de prioritering onduidelijk en oncontroleerbaar is.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant geen procesbelang heeft. Het enkele feit dat het besluit mogelijk eerder had kunnen worden genomen, betekent niet dat appellant belang heeft bij het beroep. De prioritering binnen het Lokaal Plan van Aanpak is geoorloofd en de overgelegde stukken bieden geen grond voor voorrang. De inhoudelijke beoordeling van de woning en de vraag welke NPR-versie geldt, zijn onderwerp van een andere procedure. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens gebrek aan procesbelang.