ECLI:NL:RVS:2026:4438
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering woningvormingsvergunning voor verbouwing herenhuis tot appartementen in Statenkwartier
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees op 16 juni 2021 de aanvraag van appellant om een woningvormingsvergunning af voor het verbouwen van zijn herenhuis in het Statenkwartier tot drie zelfstandige appartementen. Het college baseerde dit op het verbod op woningvorming in dat gebied volgens de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, vanwege negatieve gevolgen voor de woonruimtevoorraad en leefbaarheid.
De rechtbank bevestigde de afwijzing en oordeelde dat het college voldoende had gemotiveerd waarom de hardheidsclausule niet werd toegepast. Appellant stelde in hoger beroep dat het college ten onrechte aannam dat de kamerverhuur tijdelijk was en dat de leefbaarheid negatief zou worden beïnvloed.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de hardheidsclausule niet werd toegepast, mede omdat de woning al sinds 1985 kamerverhuurpand is en het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de verbouwing negatieve gevolgen voor de leefbaarheid zou hebben. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de woningvormingsvergunning wordt vernietigd.