ECLI:NL:RVS:2026:4439
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor kunstrieten dak wegens niet voldoen aan redelijke eisen van welstand
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde op 24 september 2021 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van kunstriet op het dak van de woning van appellanten vanwege strijd met redelijke eisen van welstand. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelden appellanten hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellanten voerden aan dat het toetsingskader onjuist was toegepast en dat het vervangen van het dak door zink onrechtmatig en onzorgvuldig was, met financieel nadeel. De Raad overwoog dat de toetsing terecht plaatsvond aan artikel 12a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Woningwet en dat het college het welstandsadvies op zorgvuldige wijze had gevolgd. De argumenten van appellanten, waaronder een andere waardering van de uitstraling van de woning en de wijk, konden het oordeel van de welstandscommissie niet ondermijnen.
Ook het betoog over ecologische nadelen van zink faalde, omdat de welstandscommissie zich beperkt tot redelijke eisen van welstand. Het verzoek om schadevergoeding wegens het weigeren van de vergunning werd afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig was. De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.