AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning ambulancepost Amersfoort
Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort verleende op 19 juni 2024 een omgevingsvergunning aan Stichting Regionale Ambulance Voorziening Provincie Utrecht (RAVU) voor het bouwen en gebruiken van een ambulancepost in strijd met het bestemmingsplan aan de Middelhoefseweg te Amersfoort. Stichting Ontwikkeling en Behoud Erfgoed Soest Soesterberg (SOS) verzocht de voorzieningenrechter om deze vergunning bij voorlopige voorziening te schorsen.
SOS stelde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de nadelige gevolgen voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en beschermde diersoorten in de omgeving, onderbouwd met een 'Second Opinion' notitie. De voorzieningenrechter oordeelde dat de locatie niet binnen het NNN ligt en SOS onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de groenstrook als ecologische verbindingszone onderdeel van het NNN is. Ook was het verkennend ecologisch onderzoek (quickscan) en het geluidrapport voldoende onderbouwd en was er geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid daarvan.
De voorzieningenrechter concludeerde dat SOS niet aannemelijk had gemaakt dat het gebruik van sirenes en zwaailichten een aanhaakplicht voor aanvullend natuuronderzoek oplevert of dat het wettelijk soortenbeschermingsregime de vergunning in de weg staat. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de ambulancepost wordt afgewezen.
Uitspraak
202505434/2/R4.
Datum uitspraak: 28 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:
Stichting Ontwikkeling en Behoud Erfgoed Soest Soesterberg (SOS), gevestigd in Soest,
verzoekster,
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 10 september 2025 in zaak nr. 24/5196 in het geding tussen:
SOS
en
het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort.
Procesverloop
Bij besluit van 19 juni 2024 heeft het college aan Stichting Regionale Ambulance Voorziening Provincie Utrecht (RAVU) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk en het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan ten behoeve van een ambulancepost aan de Middelhoefseweg, nabij huisnummer 10, in Amersfoort (de locatie).
Bij uitspraak van 10 september 2025 heeft de rechtbank het door SOS daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft SOS hoger beroep ingesteld.
RAVU heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
SOS heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 12 januari 2026, waar SOS, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], en het college via een videoverbinding, vertegenwoordigd door B. Maaijen en W. Verbeek, zijn verschenen. Voorts is op de zitting RAVU via een videoverbinding, vertegenwoordigd door [gemachtigde C] en [gemachtigde D], gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Voor de beoordeling van het hoger beroep blijft het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing.
Inleiding
2. De locatie ligt aan de oostzijde van de Middelhoefseweg, ten westen van Amersfoort en nabij Soest. De Middelhoefseweg is een doodlopende weg die ongeveer 90 m ten zuiden van de locatie aansluit op de provinciale wegen N199 en N221. De locatie is een vrijwel volledig verhard parkeerterrein. Ingevolge het bestemmingsplan "Birkhoven-Bokkeduinen" (het bestemmingsplan) geldt op de locatie de bestemming "Maatschappelijke doeleinden" met de subbestemming "levensbeschouwelijk en religieuze voorzieningen" en de bestemming "Verblijfsdoeleinden". Binnen deze bestemmingen is een ambulancepost niet toegestaan. De nieuwbouw van de ambulancepost is voorzien buiten het bouwblok dat op de plankaart is aangegeven. Om de ambulancepost op de locatie mogelijk te maken, heeft het college de omgevingsvergunning niet alleen verleend voor de activiteit bouwen, maar ook voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Het gaat daarbij om een buitenplanse afwijking als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het besluit van 19 juni 2024 is voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure.
SOS heeft de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van 19 juni 2024 te schorsen. De voorzieningenrechter zal hierna de gronden bespreken die SOS aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd.
3. De relevante bepalingen uit de Wabo en het Besluit omgevingsrecht (het Bor) zijn opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.
Het verzoek
4. Het oordeel van de voorzieningenrechter is een voorlopig oordeel en niet bindend in de bodemprocedure.
5. SOS betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college de nadelige gevolgen van de ambulancepost voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) had moeten onderzoeken en bij de ruimtelijke afweging had moeten betrekken. SOS beroept zich daarbij op wat in de door haar overgelegde notitie "Second Opinion" van Bodem Natuur Consult van 30 augustus 2024 (de notitie SO) is vermeld over de nadelige gevolgen voor een smalle groenstrook aan de westzijde van de Middelhoefseweg die volgens de notitie SO als ecologische verbindingszone onderdeel uitmaakt van het NNN.
5.1. Tussen partijen is niet in geschil dat de provinciale regels die gelden voor activiteiten in het NNN in dit geval niet van toepassing zijn, omdat de locatie niet in het NNN ligt.
5.2. Het college komt bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, beleidsruimte toe en het moet de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen.
5.3. Uit kaartmateriaal waarop het NNN is verbeeld, blijkt dat de afstand tussen het NNN en de Middelhoefseweg ongeveer 19 m is en dat het parallel aan die weg gelegen NNN niet doorloopt tot aan de kruising met provinciale wegen. Tussen partijen is niet in geschil dat dit gedeelte van het NNN nu nog wordt gebruikt als agrarische grond. Op een afbeelding in de notitie SO ligt de groenstrook waarop SOS zich beroept tussen dit gedeelte van het NNN en de Middelhoefseweg en loopt deze groenstrook door tot aan de kruising met de provinciale wegen. In de notitie SO staat dat deze groenstrook een smalle ecologische verbindingszone is die in 2015 is aangelegd en dat bij navraag bij de provincie Utrecht op 17 juni 2024 te kennen is gegeven dat deze groenstrook tot het NNN mag worden gerekend. Een schriftelijk stuk hierover van de provincie Utrecht is niet overgelegd. Ook overigens heeft SOS geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat die groenstrook is aangewezen als NNN. Het college stelt dat in het aangevoerde geen reden is om aan te nemen dat het kaartmateriaal waarop het NNN is verbeeld niet actueel, onjuist of onvolledig is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft SOS niet aannemelijk gemaakt dat de in de notitie SO als ecologische verbindingszone aangeduide groenstrook onderdeel uitmaakt van het NNN. Alleen al daarom geeft het betoog over nadelige gevolgen voor het NNN geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
6. SOS betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college in dit geval heeft mogen volstaan met het verkennend onderzoek naar de gevolgen voor beschermde soorten als omschreven in de ‘Quickscan Wet natuurbescherming Middelhoefseweg ong. te Amersfoort’ van Blom Ecologie van 11 november 2022, herzien op 14 april 2023 (de quickscan). SOS voert aan dat uit de notitie SO blijkt dat in de directe omgeving van de locatie verschillende beschermde soorten zijn waargenomen op wildcamera’s en dat die omgeving deel uitmaakt van (routes tussen) vaste rust- en verblijfplaatsen van dassen en reeën. Verder wijst SOS op wat in de notitie SO is vermeld over nestelende huismussen op het braakliggende terrein ten zuiden van de locatie. Volgens SOS zijn nesten van huismussen jaarrond beschermd. Gelet hierop had het college volgens SOS aanvullend ecologisch onderzoek moeten laten verrichten. Omdat het college dat heeft nagelaten, heeft het college zich redelijkerwijs niet op het standpunt kunnen stellen dat er geen aanhaakplicht is voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder 1, gelezen in samenhang met artikel 2.2aa, aanhef en onder b, van het Bor, zo betoogt SOS.
6.1. In de notitie SO staat dat verschillende grondgebonden zoogdieren, waaronder dassen en reeën, met wildcamera’s in de omgeving van de locatie zijn waargenomen. Zo zijn in juli en augustus 2023 en in augustus 2024 opnames met wildcamera’s gemaakt in de ecologische verbindingszone langs de Middelhoefseweg. Daaruit is gebleken dat die zone vooral in de nachtperiode door dieren wordt benut. Ook zijn opnames gebruikt die zijn gemaakt op het perceel Birkstraat 167 en bij de rioolbuis onder de provinciale weg ten zuiden van de ecologische verbindingszone. Daarnaast zijn reeën waargenomen op het braakliggende terrein ten zuiden van de locatie. Uit die waarnemingen wordt in de notitie SO afgeleid dat de ecologische verbindingszone langs de Middelhoefseweg deel uitmaakt van het leef- en foerageergebied van de das. Verder staat in de notitie SO dat begin juni 2024 broedende huismussen zijn waargenomen op het braakliggende terrein ten zuiden van de locatie. Op een kaartje in de notitie SO is verbeeld dat deze huismussen in het noordwestelijke gedeelte van dat braakliggende terrein zijn waargenomen, nabij de Middelhoefseweg en de locatie. Volgens de notitie SO zullen deze soorten worden verstoord door sirenegeluid en zwaailichten van ambulances op de Middelhoefseweg.
6.2. In de quickscan wordt geconcludeerd dat de beoogde ruimtelijke ingreep niet zal leiden tot overtredingen van verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming. Over jaarrond beschermde nestlocaties staat in de quickscan dat deze bij het veldbezoek niet zijn aangetroffen en dat binnen een straal van 100 m van de locatie geen vastgestelde aanwezigheid van jaarrond beschermde nestlocaties bekend is.
Het rapport ‘Akoestisch onderzoek Activiteitenbesluit ambulancepost Amersfoort’ van 11 november 2022 (het geluidrapport), dat evenals de quickscan aan de besluitvorming ten grondslag ligt, vermeldt dat in de nachtperiode van de drukste dag van de week, te weten de donderdag, gemiddeld één ambulance zal uitrijden met sirene. Dat rapport vermeldt ook dat het feitelijk nooit zal voorkomen dat een ambulance al bij vertrek de sirene zal inschakelen. Op de zitting heeft RAVU toegelicht dat ambulances die met spoed uitrukken in de praktijk niet eerder sirene en zwaailicht zullen voeren dan bij de kruising van de Middelhoefseweg met de drukke provinciale wegen.
6.3. Uit de notitie SO blijkt niet wie wat heeft waargenomen ten aanzien van nesten van huismussen op het braakliggende terrein ten zuiden van de locatie. Alleen al daarom geeft de notitie SO de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het voorlopig oordeel dat het vermelde in de quickscan over jaarrond beschermde nesten onjuist of onvolledig is. Verder ziet de voorzieningenrechter in wat de notitie SO in algemene zin vermeldt over de waarneming van dassen en reeën in de omgeving van de locatie geen reden om te twijfelen aan de juistheid van wat hiervoor onder 6.2 is vermeld over de quickscan, het geluidrapport en de door RAVU op de zitting gegeven toelichting over het gebruik van de sirene en zwaailicht. SOS heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat het voeren van sirene en zwaailicht met een ambulance op de Middelhoefseweg een handeling is waarvoor de aanhaakplicht geldt of op grond waarvan het college op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het wettelijk soortenbeschermingsregime aan de uitvoerbaarheid van een ambulancepost op de locatie in de weg staat.
Het betoog geeft geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
Conclusie
7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
8. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.J.C. Robben, griffier.
w.g. Van den Biggelaar
voorzieningenrechter
w.g. Robben
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2026
610
BIJLAGE
De Wabo
Artikel 2.1
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:
a. het bouwen van een bouwwerk,
[…]
c. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet,
[…]
i. het verrichten van een andere activiteit die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving.
[…]
Artikel 2.7
1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2.10, tweede lid, en 2.11, tweede lid, draagt de aanvrager van een omgevingsvergunning er zorg voor dat de aanvraag betrekking heeft op alle onlosmakelijke activiteiten binnen het betrokken project. In afwijking van de eerste volzin en onverminderd artikel 2.5 kan, indien één van die onlosmakelijke activiteiten een activiteit is als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, voor die activiteit voorafgaand aan en los van de overige onlosmakelijke activiteiten een aanvraag om een omgevingsvergunning worden ingediend.
[…]
Artikel 2.12
1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en:
a. indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of debeheersverordening:
[…]
3˚. in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat;
[…]
Het Bor
Artikel 2.22aa
Als categorie activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de wet, worden tevens aangewezen:
[…]
b. het verrichten van een handeling als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 of 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, behoudens de gevallen, bedoeld in de artikelen 3.3, tweede of zevende lid, 3.8, tweede of zevende lid, 3.10, tweede of derde lid, of 3.31, eerste lid, voor zover die handeling bestaat uit een activiteit waarop het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdelen a tot en met h of in artikel 2.2 van de wet, of bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de wet in samenhang met artikel 2.2a van toepassing is en voor zover voor die handeling geen ontheffing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, 3.8, eerste lid of 3.10, tweede lid in samenhang met 3.8, eerste lid, is aangevraagd of verleend.