ECLI:NL:RVS:2026:513
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij aanduiding politieke groepering
ORDA heeft bij het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘ORDA/Oranje Republikeinse Piraten’ te mogen gebruiken op de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen in Maastricht op 18 maart 2026. Het centraal stembureau stelde dit verzoek buiten behandeling. ORDA stelde vervolgens beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling wees ORDA bij brief van 21 januari 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht en stelde een uiterste betalingstermijn van 22 januari 2026 om 10:00 uur. ORDA heeft het griffierecht niet binnen deze termijn voldaan. Er zijn geen omstandigheden aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen.
Op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en de specifieke bepalingen in de Kieswet is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling benadrukte dat de termijn voor betaling van het griffierecht in deze procedure twee weken bedraagt en dat een kortere termijn kan worden gesteld, zoals hier is gebeurd. Het beroep wordt daarom afgewezen zonder inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Het beroep van ORDA wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.