ECLI:NL:RVS:2026:514

Raad van State

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
202600197/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:67 AwbArt. G 5 KieswetArt. D 8 Kieswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij inschrijving politieke aanduiding

Het beroep van de politieke groepering ORDA richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van Amsterdam om hun verzoek tot inschrijving van de aanduiding 'ORDA/Oranje Republikeinse Piraten' op de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 buiten behandeling te stellen.

ORDA werd bij brief op 21 januari 2026 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, met de eis dat dit uiterlijk op 22 januari 2026 om 10:00 uur moest zijn bijgeschreven op de rekening van de Raad van State. Deze betaling heeft niet binnen de gestelde termijn plaatsgevonden.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat niet is gebleken van omstandigheden die het verzuim van ORDA rechtvaardigen. Op grond van artikel 8:41 van Pro de Awb en de specifieke bepalingen in de Kieswet wordt het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak bevestigt het belang van tijdige betaling van griffierechten bij bestuursrechtelijke procedures en benadrukt de strikte toepassing van termijnen in verkiezingsprocedures.

Uitkomst: Het beroep van ORDA wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

202600197/1/A2.
Datum uitspraak: 23 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
ORDA, gevestigd in Nijmegen,
appellante,
en
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 23 januari 2026 om 15:13 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzitter
Staatsraad mr. W. den Ouden, lid
Staatsraad mr. C.H. Bangma, lid
griffier: mr. A.S. Rietveld
Verschenen:
het centraal stembureau, vertegenwoordigd door E.H. Giacomo Schmitz;
de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. dr. A.J. Trouborst.
Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 29 december 2025, waarbij het verzoek van de politieke groepering ORDA buiten behandeling is gesteld. ORDA heeft het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘ORDA/Oranje Republikeinse Piraten’ in het daartoe door het centraal stembureau bijgehouden register in te schrijven. Met deze aanduiding wenst ORDA vermeld te worden op de kandidatenlijst tijdens de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Amsterdam op 18 maart 2026.
Beslissing
De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Gronden
ORDA is op grond van artikel 8:41 van Pro de Awb voor het door haar ingestelde beroep griffierecht verschuldigd. Een beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard, indien storting of bijschrijving van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van een beroepschrift is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
In artikel G 5, tweede lid, gelezen in samenhang met artikel D 8, tweede lid, van de Kieswet, is in afwijking van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb bepaald dat de termijn, binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag moet plaatsvinden, twee weken bedraagt. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan een kortere termijn stellen.
ORDA is bij brief van 21 januari 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. In die brief is vermeld dat het griffierecht uiterlijk op 22 januari 2026 om 10:00 uur moet zijn bijgeschreven op de rekening van de Raad van State. Het bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat ORDA in verzuim is geweest.
w.g. Borman
voorzitter
w.g. Rietveld
griffier
1064