ECLI:NL:RVS:2026:518
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep asielzaak
Verzoeker had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een asielzaak. Vervolgens trok verzoeker het hoger beroep in en verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De Afdeling overwoog dat een proceskostenveroordeling alleen kan worden toegewezen indien de minister verzoeker tegemoet is gekomen of het belang bij een uitspraak op het hoger beroep door toedoen van de minister is komen te vervallen. In deze zaak bleek uit het intrekken van het hoger beroep niet dat de minister aan verzoeker tegemoet was gekomen of dat het belang bij een uitspraak anderszins was vervallen.
Daarom wees de Afdeling het verzoek af en veroordeelde de minister niet tot betaling van de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 januari 2026.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep werd afgewezen omdat minister niet aan verzoeker tegemoet was gekomen.