ECLI:NL:RVS:2026:518

Raad van State

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
202405953/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep asielzaak

Verzoeker had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een asielzaak. Vervolgens trok verzoeker het hoger beroep in en verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De Afdeling overwoog dat een proceskostenveroordeling alleen kan worden toegewezen indien de minister verzoeker tegemoet is gekomen of het belang bij een uitspraak op het hoger beroep door toedoen van de minister is komen te vervallen. In deze zaak bleek uit het intrekken van het hoger beroep niet dat de minister aan verzoeker tegemoet was gekomen of dat het belang bij een uitspraak anderszins was vervallen.

Daarom wees de Afdeling het verzoek af en veroordeelde de minister niet tot betaling van de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 januari 2026.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep werd afgewezen omdat minister niet aan verzoeker tegemoet was gekomen.

Uitspraak

202405953/1/V1.
Datum uitspraak: 29 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoeker],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).
Procesverloop
Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. M.M. Spapens, advocaat in Haarlem, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 september 2024 in zaak nr. NL24.32641.
Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1.       Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75 van Pro de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan hem is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door haar toedoen is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).
2.       Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, een opvolgend beroep wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag ingesteld. Omdat de rechtbank vanwege het lopende hoger beroep nog geen uitspraak op dat beroep doet, heeft verzoeker het hoger beroep ingetrokken. Daaruit blijkt niet dat de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb, of dat het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door haar toedoen is vervallen. Dit brengt mee dat de minister niet veroordeeld kan worden in de proceskosten van verzoeker.
3.       De Afdeling zal het verzoek daarom afwijzen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.
w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Hanrath
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2026
392