ECLI:NL:RVS:2026:532
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die op 25 november 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Tegen deze uitspraak stelde verzoeker hoger beroep in. De minister wees de aanvraag opnieuw af bij besluit van 14 november 2025. Verzoeker vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet zou worden uitgezet en opvang en verstrekkingen zou ontvangen zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het besluit van 14 november 2025 is opgeschort totdat op het hoger beroep is beslist, waardoor verzoeker rechtmatig verblijf heeft. Omdat er geen spoedeisend belang bestaat, wees de voorzieningenrechter het verzoek af en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het besluit is opgeschort en er geen spoedeisend belang is.