ECLI:NL:RVS:2026:535
Raad van State
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen staatsraad in bestuursrechtelijke zaak
Verzoekers hebben op 28 januari 2026 een wrakingsverzoek ingediend tegen staatsraad Van Ravels, lid van de Afdeling bestuursrechtspraak, vanwege het niet aanhouden van een zitting en het niet bepalen van een nieuwe datum. Zij stelden dat dit leidde tot de schijn van partijdigheid en vooringenomenheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het wrakingsverzoek op dezelfde dag behandeld. De staatsraad heeft het verzoek niet ingewilligd. De Afdeling heeft het wrakingsverzoek van de wrakingskamer buiten behandeling gelaten, het verzoek van verzoeker A niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het verzoek van verzoekers B en C afgewezen omdat er geen sprake was van een beslissing of handeling jegens hen die aanleiding gaf tot vooringenomenheid.
De Afdeling overwoog dat het wrakingsverzoek verband hield met de afwijzing van een eerder verzoek om uitstel van behandeling van de zaak op 17 december 2025. Omdat er geen nieuw uitstelverzoek was ingediend en het wrakingsverzoek pas op 28 januari 2026 werd ingediend, was het verzoek van verzoeker A onredelijk laat. Voor verzoekers B en C was er geen aanleiding tot wraking omdat zij niet betrokken waren bij het uitstelverzoek.
De Afdeling heeft het wrakingsverzoek derhalve niet-ontvankelijk verklaard of afgewezen en het verzoek om wraking van de wrakingskamer buiten behandeling gelaten.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gelaten, niet-ontvankelijk verklaard voor verzoeker A en afgewezen voor verzoekers B en C.