ECLI:NL:RVS:2026:537
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraak inzake vreemdelingenrecht
Verzoeker heeft bij fax van 12 januari 2026 verzocht om herziening van de uitspraak van 11 september 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:4295) op grond van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat herziening alleen mogelijk is indien nieuwe feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, bij de indiener niet bekend waren en bij de Afdeling eerder bekend geweest zouden kunnen leiden tot een andere uitspraak. Verzoeker heeft aangevoerd dat na de bestreden uitspraak zijn minderjarige kinderen naar Nederland zijn gekomen en dat dit feit redelijkerwijs niet eerder kon worden ingebracht.
De Afdeling oordeelt dat dit feit na de uitspraak heeft plaatsgevonden en daarom geen grond voor herziening vormt. Het verzoek wordt afgewezen en de minister van Asiel en Migratie hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen omdat de nieuwe feiten na de uitspraak zijn ontstaan.