ECLI:NL:RVS:2026:537

Raad van State

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
BRS.26.000097
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraak inzake vreemdelingenrecht

Verzoeker heeft bij fax van 12 januari 2026 verzocht om herziening van de uitspraak van 11 september 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:4295) op grond van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat herziening alleen mogelijk is indien nieuwe feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, bij de indiener niet bekend waren en bij de Afdeling eerder bekend geweest zouden kunnen leiden tot een andere uitspraak. Verzoeker heeft aangevoerd dat na de bestreden uitspraak zijn minderjarige kinderen naar Nederland zijn gekomen en dat dit feit redelijkerwijs niet eerder kon worden ingebracht.

De Afdeling oordeelt dat dit feit na de uitspraak heeft plaatsgevonden en daarom geen grond voor herziening vormt. Het verzoek wordt afgewezen en de minister van Asiel en Migratie hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen omdat de nieuwe feiten na de uitspraak zijn ontstaan.

Uitspraak

BRS.26.000097
Datum uitspraak: 3 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoeker],
verzoeker,
om herziening (artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 11 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4295.
Procesverloop
Bij fax van 12 januari 2026 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 11 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4295.
Overwegingen
1.        Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt:
"De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden."
2.        De bestuursrechter kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). Verzoeker heeft zulke feiten of omstandigheden niet aangevoerd.
2.1.        Verzoeker heeft aangevoerd dat na de bestreden uitspraak de minderjarige kinderen van verzoeker naar Nederland zijn gekomen en dat verzoeker dit feit redelijkerwijs niet eerder heeft kunnen inbrengen. Als dit feit eerder bekend was geweest, zou dit tot een andere uitspraak hebben kunnen leiden, aldus verzoeker. Echter, alleen al omdat dit gestelde feit dateert van ná de uitspraak waarvan verzoeker om herziening verzoekt, levert het geen grond voor herziening van die uitspraak op.
3.        De Afdeling wijst het verzoek af. De minister van Asiel en Migratie hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Hanrath
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2026
392