ECLI:NL:RVS:2026:538
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 29 oktober 2024 de aanvragen van betrokkenen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde op 22 december 2025 het beroep van betrokkenen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de minister nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek nodig is en dat de procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling van de grieven.
Gelet op de belangen van beide partijen werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan het vonnis van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.