ECLI:NL:RVS:2026:571
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
Verzoeker, een gemeenschapsonderdaan, kreeg bij besluit van 16 januari 2024 te horen dat hij geen verblijfsrecht meer heeft in Nederland. Hiertegen maakte hij bezwaar dat op 1 oktober 2024 ongegrond werd verklaard door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 november 2025 het besluit deels vernietigde en het beroep voor het overige ongegrond verklaarde.
Verzoeker ging in hoger beroep en vroeg de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was voor het treffen van een voorlopige voorziening en wees het verzoek daarom af.
De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 4 februari 2026 door mr. J.Th. Drop, in aanwezigheid van mr. S. Nederhoff, griffier.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.