ECLI:NL:RVS:2026:58
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellanten hebben bij besluiten van 31 maart 2025 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de minister van Asiel en Migratie zijn afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft deze besluiten op 21 augustus 2025 vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Tegen deze uitspraak heeft het appellanten hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen.
Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat geen nadere motivering nodig was. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten is ongegrond verklaard en het oordeel van de rechtbank bevestigd.