ECLI:NL:RVS:2026:584
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie op 4 september 2025 niet-ontvankelijk is verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 9 januari 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter overweegt dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, waarvoor de voorlopige voorziening niet geschikt is. Daarom wordt besloten om verzoeker te beschermen tegen uitzetting totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 4 februari 2026 door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. van de Kolk, griffier. De voorlopige voorziening voorkomt dat verzoeker wordt uitgezet tijdens de procedure en waarborgt zijn recht op opvang en verstrekkingen.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.