ECLI:NL:RVS:2026:591

Raad van State

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
BRS.25.001460
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 85 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen inhouding verstrekkingen asielzoeker

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) heeft bij besluit van 10 april 2025 de verstrekkingen aan appellant op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 voor twee weken ingehouden. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 3 oktober 2025 ongegrond verklaarde.

Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de zitting voerde appellant aan dat in de camerabeelden die ten grondslag lagen aan het besluit was geknipt. De rechtbank had dit standpunt reeds verworpen wegens gebrek aan aanwijzingen. In hoger beroep herhaalde appellant deze stelling zonder dit met nieuwe stukken te onderbouwen of nader toe te lichten.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn en kon daarom geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep tegen de inhouding van verstrekkingen is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

BRS.25.001460
Datum uitspraak: 6 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 3 oktober 2025 in zaak nr. 25/10827 in het geding tussen:
appellant
en
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Procesverloop
Bij besluit van 10 april 2025 heeft het COa de verstrekkingen aan appellant krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 voor de duur van twee weken ingehouden.
Bij uitspraak van 3 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.        Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant heeft op de zitting in beroep aangevoerd dat in de camerabeelden is geknipt, waarop de rechtbank heeft overwogen dat zij geen aanleiding heeft om dat te veronderstellen. Appellant herhaalt dit standpunt in hoger beroep, zonder dit met stukken te onderbouwen of nader toe te lichten waaruit dit volgens hem blijkt. Daarmee legt appellant niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem onjuist is. De Afdeling kan daarom geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van Pro de Vw 2000).
2.        Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van den Oosterkamp
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2026
941-1151