ECLI:NL:RVS:2026:591
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen inhouding verstrekkingen asielzoeker
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) heeft bij besluit van 10 april 2025 de verstrekkingen aan appellant op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 voor twee weken ingehouden. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 3 oktober 2025 ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de zitting voerde appellant aan dat in de camerabeelden die ten grondslag lagen aan het besluit was geknipt. De rechtbank had dit standpunt reeds verworpen wegens gebrek aan aanwijzingen. In hoger beroep herhaalde appellant deze stelling zonder dit met nieuwe stukken te onderbouwen of nader toe te lichten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn en kon daarom geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de inhouding van verstrekkingen is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.