ECLI:NL:RVS:2026:603

Raad van State

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
202500014/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:74 Apv gemeente Bronckhorst 2021Art. 5:7 AwbArt. 2 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herroeping preventieve last onder dwangsom wegens onvoldoende bewijs drugshandel op openbare plaats

De burgemeester van Bronckhorst legde op 18 juli 2023 aan appellant een preventieve last onder dwangsom op, omdat uit een bestuurlijke rapportage bleek dat appellant mogelijk betrokken was bij drugshandel op een openbare plaats. De last verbood appellant drugs te verhandelen, aan te bieden of te verwerven in de gemeente Bronckhorst, met een dwangsom van €5.000 per overtreding.

De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bestuurlijke rapportage onvoldoende concrete aanwijzingen bevatte waaruit met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid volgt dat appellant drugs op een openbare plaats zou verhandelen of daarbij behulpzaam zou zijn.

Hoewel appellant werd aangetroffen in een woning met drugs en in een auto waarin later drugs werden gevonden, was niet onderzocht of appellant daadwerkelijk op een openbare plaats handelde. Ook de inhoud van een overhandigd pakketje was niet vastgesteld. De Raad van State vernietigde daarom het besluit van de burgemeester en het vonnis van de rechtbank, en herroept de preventieve last onder dwangsom. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitkomst: De Raad van State herroept het besluit van de burgemeester en vernietigt het vonnis van de rechtbank wegens onvoldoende bewijs van dreigende overtreding van de Apv.

Uitspraak

202500014/1/A2.
Datum uitspraak: 4 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 november 2024 in zaak nr. 23/7683 in het geding tussen:
[appellant]
en
de burgemeester van Bronckhorst.
Procesverloop
Bij besluit van 18 juli 2023 heeft de burgemeester aan [appellant] een preventieve last onder dwangsom opgelegd. De last houdt in dat [appellant] geen drugs mag verhandelen, aanbieden of verwerven op een openbare plaats binnen de gemeente Bronckhorst en daarbij ook niet behulpzaam mag zijn of daarin mag bemiddelen. Voor elke geconstateerde overtreding zal de burgemeester een dwangsom van € 5.000,00 opleggen met een maximum van € 20.000,00.
Bij besluit van 9 november 2023 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 20 november 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 december 2025, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. F.S. Jansen, advocaat in Bleiswijk, is verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1.       De burgemeester heeft van de politie een bestuurlijke rapportage ontvangen over [appellant] en een andere persoon (hierna: X). Volgens de burgemeester blijkt uit die rapportage dat X handelde in drugs op een openbare plaats in Bronckhorst en dat het zeer aannemelijk is dat [appellant] op de hoogte was van die handel of zelfs daaraan deelnam. [appellant] en X verbleven in een woning in Dieren, waar drugs zijn aangetroffen. Ook was [appellant] aanwezig in een auto in Bronckhorst waarin drugs zijn aangetroffen en is gezien dat er goederen over en weer overhandigd werden tussen [appellant] en X. De aangetroffen drugs in de woning en de auto wijzen op een handelsvoorraad. Verder staat in de bestuurlijke rapportage dat [appellant] in de afgelopen jaren meermaals is veroordeeld voor handel in harddrugs.
2.       De burgemeester acht het onder deze omstandigheden zo waarschijnlijk dat [appellant] artikel 2:74 van Pro de Algemene plaatselijke verordening gemeente Bronckhorst 2021 (hierna: Apv) zal overtreden, dat hij aan hem een preventieve last onder dwangsom heeft opgelegd.
Toetsingskader
3.       Artikel 2:74 van Pro de Apv luidt:
"Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen."
4.       Artikel 5:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht luidt: "Een herstelsanctie kan worden opgelegd zodra het gevaar voor de overtreding klaarblijkelijk dreigt."
Bij uitspraak van 6 april 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:935) heeft de Afdeling overwogen dat een besluit tot het opleggen van een preventieve last onder dwangsom slechts kan worden genomen als zich een gevaar voordoet van een overtreding van een concreet bij of krachtens de wet gesteld voorschrift die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden, indien die overtreding in het besluit kan worden omschreven met die mate van duidelijkheid die uit een oogpunt van rechtszekerheid is vereist.
Oordeel van de rechtbank
5.       De rechtbank heeft overwogen dat de burgemeester met de bestuurlijke rapportage heeft onderbouwd waarom het gevaar voor overtreding van artikel 2:74 van Pro de Apv dreigt en het waarschijnlijk is dat [appellant] de overtreding zal begaan. Uit deze rapportage volgt dat [appellant] en X in dezelfde woning in Dieren verbleven als waar bij de aanhouding onder andere harddrugs, contant geld en een weegschaal zijn aangetroffen. [appellant] was op dat moment in de woning aanwezig en is daar aangehouden. Daarnaast hebben de opsporingsambtenaren zelf waargenomen dat [appellant] in Bronckhorst met zijn auto naast een Renault Twingo parkeerde en deze met een sleutel opende, waarna hij bezig was met de middenconsole en voorovergebogen zat. Diezelfde middag is een grote hoeveelheid drugs in deze auto aangetroffen toen X bij het instappen is aangehouden. Het vermoeden van de politie is dat de Renault Twingo een zogeheten ‘stash auto’ was, waar [appellant] toegang toe had en waar hij die dag nog in heeft gezeten. [appellant] bevond zich tijdens de controles herhaaldelijk in de buurt van deze auto of van een Volkswagen Golf die veelvuldig voorkomt in de rapportage. Verder hebben opsporingsambtenaren waargenomen dat X vanuit de woning in Dieren naar een parkeerplaats in Bronckhorst reed en daar naast een personenauto parkeerde waarin [appellant] zat. [appellant] stapte uit en heeft via het passagiersraam een pakketje ter grootte van een pakje shag overhandigd gekregen.
De rechtbank is van oordeel dat op basis van de bestuurlijke rapportage op zijn minst aannemelijk is dat [appellant] op de hoogte was van of deelnam aan handel in drugs. Dat X de aanleiding voor het onderzoek is geweest, maakt de rol van [appellant] niet anders. Het gevaar op overtreding van artikel 2:74 van Pro de Apv is dan ook zeer waarschijnlijk. De burgemeester was daarom bevoegd de preventieve last onder dwangsom op te leggen, aldus de rechtbank.
Beoordeling van het hoger beroep
6.       [appellant] betoogt, samengevat, dat uit de bestuurlijke rapportage niet volgt dat hij zelf in drugs handelde, zodat er ook geen gevaar bestaat voor overtreding van artikel 2:74 van Pro de Apv.
6.1.    Dit betoog slaagt. Artikel 2:74 van Pro de Apv verbiedt dat iemand zich op een openbare plaats ophoudt met het kennelijke doel om in drugs te handelen of daarbij behulpzaam te zijn. Naar het oordeel van de Afdeling bevat de bestuurlijke rapportage onvoldoende concrete aanwijzingen waaruit met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid volgt dat [appellant] dat verbod zal overtreden. Dat [appellant] is aangetroffen in een woning waar drugs aanwezig waren en is geobserveerd in de Renault Twingo, waarin enige tijd later drugs zijn aangetroffen, hoeft op zichzelf niet te betekenen dat [appellant] op een openbare plaats wilde handelen in drugs of X daarbij behulpzaam wilde zijn. [appellant] heeft bovendien verklaard dat hij zelf drugs gebruikte en daarom in de woning aanwezig was. Het pakketje ter grootte van een pakje shag dat hij van X kreeg, was volgens hem daadwerkelijk een pakje shag. De bestuurlijke rapportage sluit deze lezing niet uit. Er is niet onderzocht of de drugs al in de Renault Twingo aanwezig waren toen [appellant] zich in die auto bevond. Ook is niet onderzocht wat de inhoud van het door X aan [appellant] overhandigde pakje was. Anders dan de rechtbank is de Afdeling daarom van oordeel dat de burgemeester op basis van de bestuurlijke rapportage niet bevoegd was de preventieve last onder dwangsom op te leggen.
6.2.    Gelet hierop behoeven de overige hogerberoepsgronden geen bespreking.
Eindoordeel
7.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het beroep is gegrond en het besluit van 9 november 2023 wordt vernietigd. De Afdeling zal zelf in de zaak voorzien en het besluit van de burgemeester van 18 juli 2023 herroepen.
8.       De burgemeester moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 november 2024 in zaak nr. 23/7683;
III.      verklaart het beroep gegrond;
IV.      vernietigt het besluit van de burgemeester van Bronckhorst van 9 november 2023, kenmerk Z135623/UIT23-138421;
V.       herroept het besluit van de burgemeester van Bronckhorst van 18 juli 2023, kenmerk Z134383/UIT23-137644;
VI.      veroordeelt de burgemeester van Bronckhorst tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het bezwaar, beroep en hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 5.068,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand;
VII.     gelast dat de burgemeester van Bronckhorst aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep en hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrag van € 329,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. V.V. Essenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.G. de Vries-Biharie, griffier.
w.g. Wissels
voorzitter
w.g. De Vries-Biharie
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2026
611