ECLI:NL:RVS:2026:666
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bewaring vreemdeling
Appellant is bij besluit van 12 december 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 december 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep gaf appellant geen inhoudelijke gronden aan waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor de Afdeling geen inhoudelijk oordeel kon geven.
Op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werd het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard. De minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 6 februari 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd betoog.