ECLI:NL:RVS:2026:667
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bewaring door minister van Asiel en Migratie
Appellant is bij besluit van 12 december 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 december 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep gaf appellant echter geen inhoudelijke gronden aan waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde daarom dat zij geen inhoudelijk oordeel kon geven over het hoger beroep en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. De minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 6 februari 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant tegen de bewaring is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd betoog.