ECLI:NL:RVS:2026:670

Raad van State

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
202504751/2/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verzoek beperkte kennisneming vertrouwelijke stukken in hoger beroep bestuursrecht

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het beroep ongegrond werd verklaard. Het dagelijks bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid heeft een vertrouwelijke aanbiedingsbrief overgelegd en verzocht dat alleen de Afdeling kennisneemt van bepaalde delen daarvan op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Afdeling heeft een belangenafweging gemaakt tussen het belang van appellant en de bestuursrechter om over alle relevante informatie te beschikken en het belang van geheimhouding ter bescherming van het algemeen belang en derden. De Afdeling oordeelt dat voor een deel van de aanbiedingsbrief het belang van geheimhouding zwaarder weegt dan het belang van appellant om kennis te nemen van die informatie.

Daarom wijst de Afdeling het verzoek tot beperkte kennisneming gedeeltelijk toe: de passages die het meest vertrouwelijk zijn blijven geheim en worden alleen aan de Afdeling verstrekt, terwijl de overige delen aan appellant en de Afdeling worden verstrekt. Het dagelijks bestuur wordt verplicht binnen 14 dagen aan deze beslissing te voldoen.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige geheimhoudingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 6 februari 2026.

Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt gedeeltelijk toegewezen waarbij bepaalde passages geheim blijven en andere gedeeld worden met appellant.

Uitspraak

202504751/2/A3.
Datum beslissing: 6 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 juli 2025 in zaak nr. 24/9379 in het geding tussen:
[appellant]
en
het dagelijks bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid.
Procesverloop
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 juli 2025 in zaak nr. 24/9379. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] ongegrond verklaard.
Het dagelijks bestuur heeft de vertrouwelijke versie van één gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.
Het betreft de aanbiedingsbrief van 6 januari 2026 waarmee het dagelijks bestuur met een beroep op artikel 8:29 van Pro de Awb een aantal stukken aan de Afdeling toestuurt.
[appellant] heeft een reactie ingediend.
Overwegingen
1.       Het dagelijks bestuur heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen.
2.       Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3.       De Afdeling heeft kennis genomen van de aanbiedingsbrief. Zij is van oordeel dat voor een deel van de aanbiedingsbrief het belang van geheimhouding zwaarder weegt dan het belang van [appellant] om kennis te nemen van deze informatie. Het gaat hier om de volgende passages uit de aanbiedingsbrief:
- de zinsnede die volgt na "1. Dossier 262178 - ";
- het tekstblok dat volgt na "3. Niet eerder gedeelte stukken uit dossier 283763".
4.       Voor het overige is de Afdeling van oordeel dat het belang van geheimhouding minder zwaar weegt dan het belang dat partijen kennis nemen van het stuk.
5.       De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gedeeltelijk gerechtvaardigd.
6.       De Afdeling zal in dat kader bepalen dat de aanbiedingsbrief wordt teruggestuurd aan het dagelijks bestuur en dat het dagelijks bestuur gelet op de goede procesorde aan de Afdeling en [appellant] afschrift verstrekt van het gedeelte van de aanbiedingsbrief waarvoor de beperkte kennisneming niet gerechtvaardigd is.
7.       De Afdeling bepaalt tot slot dat het dagelijks bestuur haar opnieuw de aanbiedingsbrief verstrekt waarvoor de beperkte kennisneming gerechtvaardigd is.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        wijst het verzoek toe wat betreft de in overweging 3 genoemde passages;
II.       bepaalt dat het dagelijks bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid binnen 14 dagen na heden voldoet aan het verstrekken van het in overweging 6 genoemde stuk aan de Afdeling en [appellant];
III.      bepaalt dat het dagelijks bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid binnen 14 dagen na heden voldoet aan het verstrekken van het in overweging 7 genoemde stuk aan de Afdeling;
IV.      wijst het verzoek voor het overige af.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. Y. Soffner, griffier.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. Soffner
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2026
818