ECLI:NL:RVS:2026:676
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie na hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie stelde appellant op 10 december 2025 in bewaring. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 december 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen zonder verdere nadere toelichting.
Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat geen nadere motivering vereist is. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.