ECLI:NL:RVS:2026:685
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning na beroep tegen bestuursrechtelijke uitspraak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 19 maart 2021 de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Betrokkene maakte bezwaar, dat op 11 maart 2024 opnieuw ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene op 8 juli 2024 gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en nam de motivering van de rechtbank over.
De Afdeling bevestigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene en werd een griffierecht opgelegd.
Deze uitspraak bevestigt de zorgvuldige toetsing van de verblijfsvergunningsaanvraag en benadrukt het belang van een correcte bestuursrechtelijke procedure bij vreemdelingenzaken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.