ECLI:NL:RVS:2026:687
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij besluit van 17 september 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 16 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en overgenomen dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen dat de aanvraag niet in behandeling hoefde te worden genomen.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat geen nadere motivering nodig is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.