ECLI:NL:RVS:2026:720
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing forfaitaire vergoeding Catshuisregeling toeslagenaffaire
Appellante heeft zich gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag met toepassing van de Catshuisregeling, die een forfaitaire vergoeding van € 30.000,00 biedt. De Dienst Toeslagen voerde een lichte toets uit, bestaande uit data-analyse en handmatige toets, en concludeerde dat appellante niet in aanmerking kwam voor de vergoeding. Dit besluit werd bevestigd in bezwaar en door de rechtbank.
In hoger beroep stelt de Raad van State vast dat de lichte toets slechts een indicatie geeft en altijd gevolgd wordt door een integrale beoordeling, die grondiger is en definitief bepaalt of een ouder als gedupeerde wordt aangemerkt. Omdat appellante ook bij de integrale beoordeling niet als gedupeerde is erkend, is het procesbelang van het beroep tegen de lichte toets komen te vervallen.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar, verklaart het bezwaar tegen de lichte toets niet-ontvankelijk en veroordeelt de Dienst Toeslagen tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht van appellante. Hiermee wordt bevestigd dat de integrale beoordeling het toetsingskader vormt voor de definitieve vaststelling van gedupeerdheid en compensatie.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit op basis van de lichte toets wordt niet-ontvankelijk verklaard en de eerdere uitspraak en besluit worden vernietigd.