De raad van de gemeente Gilze en Rijen heeft op 12 juni 2025 het bestemmingsplan 'Schoolstraat 49-51 Molenschot' gewijzigd vastgesteld, waarin onder meer een woning op het perceel Schoolstraat 49 mogelijk wordt gemaakt. Verzoeker, wonend aan de naastgelegen locatie, heeft bezwaar gemaakt tegen deze toevoeging en verzocht om schorsing van het bestemmingsplan totdat in de bodemprocedure uitspraak is gedaan.
De voorzieningenrechter overweegt dat het plan voorziet in twee afzonderlijke initiatieven: de woningbouw op Schoolstraat 49 en de transformatie van een agrarisch bedrijf naar een hoveniersbedrijf op Schoolstraat 51. Het perceel Schoolstraat 49 is onbebouwd en vormt een doorzicht naar het buitengebied, dat door de bouw van de woning grotendeels zal verdwijnen.
Volgens de gemeentelijke Structuurvisie moet het landelijke karakter en de doorzichten in Molenschot worden behouden, waarbij terughoudendheid geldt bij nieuwe bebouwing. De voorzieningenrechter twijfelt of de raad voldoende rekening heeft gehouden met deze beleidsuitgangspunten en of de motivering van het plan binnen het gemeentelijk beleid voldoende draagkrachtig is.
Daarom wordt het verzoek tot voorlopige schorsing toegewezen om onomkeerbare gevolgen te voorkomen. Tevens wordt de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestemmingsplan voor de woningbouw op Schoolstraat 49 wordt voorlopig geschorst vanwege twijfel over de naleving van gemeentelijk beleid en behoud van doorzichten.
Uitspraak
202505116/2/R2.
Datum uitspraak: 11 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend in Molenschot, gemeente Gilze en Rijen,
verzoeker,
en
de raad van de gemeente Gilze en Rijen,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 12 juni 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Schoolstraat 49-51 Molenschot" gewijzigd vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[verzoeker], de raad, en de initiatiefnemers, [belanghebbenden], hebben nadere stukken ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 januari 2026, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. W. Krijger, rechtsbijstandsverlener te Baarle-Nassau, is verschenen. Voorts zijn ter zitting [belanghebbenden], als partij gehoord.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
2. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 27 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
3. Het plan voorziet in het toevoegen van een woning op het perceel Schoolstraat 49 en het omzetten van een agrarisch bedrijf naar een hoveniersbedrijf op het perceel Schoolstraat 51.
4. [verzoeker] woont aan de [locatie A] en is het er niet mee eens dat er op het naastgelegen perceel een woning mogelijk wordt gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om het bestemmingsplan, voor zover daarin de bouw van een woning op het perceel aan de Schoolstraat 49 mogelijk wordt gemaakt, te schorsen totdat in de bodemprocedure uitspraak op het beroep is gedaan.
Beoordeling van het verzoek
5. Het verzoek wordt toegewezen. De voorzieningenrechter licht dat hieronder toe.
6. Volgens [verzoeker] is het toevoegen van een extra woning onder meer in strijd met het gemeentelijke beleid, zoals neergelegd in de Structuurvisie "Stedelijk gebied Gilze en Rijen met aanvulling Stationsomgeving Rijen". [verzoeker] voert daartoe aan dat het bestaande doorzicht vanuit de weg naar het buitengebied door het bouwen van een woning op deze locatie verdwijnt, dat niet terughoudend wordt omgegaan met het toevoegen van een extra woning en dat er geen sprake is van een landschappelijke inpassing van de woning. Verder wordt de woning volgens [verzoeker] gepropt tussen een bestaande woning en een bedrijf, hetgeen geen goede ruimtelijke ordening waarborgt.
6.1. De voorzieningenrechter stelt vast dat, voor zover het plan ziet op het toevoegen van een burgerwoning op het perceel Schoolstraat 49, dit een zelfstandige ontwikkeling is, die los staat van de transformatie van het daarnaast gelegen perceel Schoolstraat 51 van een agrarische bedrijfsbestemming naar een bedrijfsbestemming ten behoeve van de vestiging van een hoveniersbedrijf, waarin het plan ook voorziet. Het gaat om twee afzonderlijke initiatieven. [belanghebbenden] zijn de initiatiefnemers van de woningbouw op het perceel Schoolstraat 49. Op grond van het voor de locatie geldende bestemmingsplan "Buitengebied" valt dit perceel binnen het bestemmingsvlak "Wonen", waarbinnen maximaal één woning is toegelaten. Dit is in de bestaande situatie de woning van [verzoeker]. Het perceel Schoolstraat 49 is onbebouwd en vormt een doorzicht vanaf de weg naar het buitengebied.
6.2. In paragraaf 3.4.4 van de structuurvisie staat dat de gemeente voor Molenschot de ligging in het landelijke gebied wil bewaken waarbij de gemeente wil voorkomen dat Molenschot, door het verdichten van de lintbebouwing, vastgroeit aan de recreatie- en campinggebieden rondom het dorp. De gemeente wil een duidelijke grens tussen dorp en buitengebied, zodat het contrast tussen dorp en buitengebied behouden blijft. Dit houdt in dat de gemeente het landschappelijke karakter van het gedeelte van de linten dat buiten het dorp ligt, behoudt, en dat de gemeente terughoudend is in het toestaan van nieuwe bebouwing. Verder staat in paragraaf 3.4.4 dat de gemeente ter plaatse van de Schoolstraat de relatie met het buitengebied wil versterken. Dit doet de gemeente door de grootschalige bedrijvigheid landschappelijk beter in te passen, en de schaarse doorzichten (vanuit de weg naar buiten toe) te behouden. Daarnaast zet de gemeente zich ervoor in om grootschalige bedrijvigheid om te vormen naar kleinschalige woon-werk kavels, met behoud van doorzichten naar het buitengebied. Het plangebied is volgens de legenda en visiekaart Molenschot gelegen in het "zoekgebied voor herontwikkeling van grootschalige bedrijfspanden naar kleinschalige woon- en werkkavels met doorzichten naar het buitengebied".
6.3. De structuurvisie is een beleidsdocument dat, zoals ook uit paragraaf 1.2. van dit document volgt, voor het gemeentebestuur in beginsel een bindende werking heeft bij de vaststelling van bestemmingsplannen, tenzij hiervan gemotiveerd wordt afgeweken. De voorzieningenrechter is wat de toepassing van het beleid betreft niet gebleken dat met de toevoeging van een extra woning op het perceel Schoolstraat 49 een bijdrage wordt geleverd aan een omvorming van grootschalige bedrijvigheid. Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat ter plaatse van het perceel Schoolstraat 49 op dit moment sprake is van een doorzicht vanaf de weg naar buiten toe en dat dit doorzicht door de bouw van de woning die het plan mogelijk maakt, (grotendeels) zal verdwijnen. De raad heeft in het verweerschrift onder meer toegelicht dat het beleid moet worden geplaatst in de doelstelling van de structuurvisie om voor Molenschot de ligging van het dorp in het landschap te behouden, maar dat dit niet betekent dat elk doorzicht in de Schoolstraat moet worden behouden. Omdat de locatie aan de Schoolstraat 49 al een woonbestemming heeft, is het bouwen van een extra woning daar volgens de raad daarom niet in strijd met het gemeentelijke beleid. Het is de voorzieningenrechter echter vooralsnog niet duidelijk hoe de toevoeging van een woning zich verhoudt tot het specifiek voor de Schoolstraat geformuleerde beleidsuitgangspunt om ter plaatse van deze straat de schaarse doorzichten naar het buitengebied te behouden. De voorzieningenrechter twijfelt er daarom aan of de raad hiermee op juiste wijze rekening heeft gehouden met de uitgangspunten uit het beleid en of hij zijn standpunt dat het realiseren van een woning op het perceel Schoolstraat 49 past binnen het gemeentelijke beleid voldoende draagkrachtig heeft gemotiveerd. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding om het verzoek toe te wijzen en het bestemmingsplan hangende de bodemprocedure in zoverre te schorsen om onomkeerbare gevolgen te voorkomen.
Conclusie
7. De voorzieningenrechter ziet aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
8. De raad moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Gilze en Rijen van 12 juni 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Schoolstraat 49-51 Molenschot", voor zover het betreft het plandeel met de enkelbestemming "Wonen";
II. veroordeelt de raad van de gemeente Gilze en Rijen tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand;
III. gelast dat de raad van de gemeente Gilze en Rijen aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 194,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Engelen, griffier.