ECLI:NL:RVS:2026:73
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- M. den Heyer
- V.V. Essenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan wegens actuele bedreiging
Betrokkene, een Poolse gemeenschapsonderdaan, werd door de minister van Asiel en Migratie het verblijfsrecht ontnomen en ongewenst verklaard vanwege haar persoonlijke gedrag dat een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. Dit besluit volgde op een eerdere veroordeling wegens doodslag en een gevangenisstraf van negen jaar.
De rechtbank had het besluit van de minister vernietigd omdat de belangen van de minderjarige zoon van betrokkene onvoldoende waren betrokken in de belangenafweging, en omdat de motivering over de actuele bedreiging onvoldoende was. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling oordeelt dat de minister wel degelijk deugdelijk heeft gemotiveerd dat betrokkene een actuele bedreiging vormt, mede gelet op haar gedragsstoornissen en het recidiverisico. Tevens heeft de minister de belangen van de zoon, die in Nederland woont en een hechte band met zijn moeder heeft, wel betrokken maar deze niet van doorslaggevend gewicht geacht vanwege het belang van de openbare orde.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het besluit van 20 december 2022 ongegrond. Het besluit van 25 juli 2025, dat voortvloeide uit de vernietigde uitspraak, wordt eveneens vernietigd omdat de grondslag is komen te vervallen.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht ongegrond.