ECLI:NL:RVS:2026:736

Raad van State

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
202404976/1/R3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.6 Invoeringswet OmgevingswetArt. 6:19 AwbArt. 3, vierde lid, Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022Art. 3.1.1 planregelsArt. 10.5 planregels
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestemmingsplan Pasgeld-Oost wegens onvoldoende borging waterhuishouding

De raad van de gemeente Rijswijk stelde op 18 juni 2024 het bestemmingsplan Pasgeld-Oost vast, dat de bouw van maximaal 110 woningen mogelijk maakt. De Stichting Pasgeld Natuurlijk, gericht op het behoud en verbetering van natuurwaarden in Pasgeld, stelde beroep in tegen dit besluit. De raad wijzigde het plan op 19 juni 2025 met betrekking tot watercompensatie, wat onderdeel werd van het geding.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het oorspronkelijke besluit onvoldoende waarborgde dat de waterhuishouding in het plangebied adequaat geregeld was, wat strijd opleverde met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Dit gebrek werd echter hersteld door het herstelbesluit van 19 juni 2025, waarin onder meer de gebiedsaanduiding "overige zone - watercompensatie" werd toegevoegd en de minimale omvang van waterberging werd vergroot.

Andere beroepsgronden van de Stichting, zoals het participatieproces, de groenblauwe hoofdstructuur en het soortenbeschermingsregime, werden door de Afdeling verworpen. De Afdeling stelde dat de ecologische structuur een wenselijke, maar geen harde randvoorwaarde is en dat de raad een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt. Ook was het plan niet afhankelijk van definitieve ontheffingen op grond van de Wet natuurbescherming.

De Afdeling verklaarde het beroep gegrond voor het oorspronkelijke besluit, vernietigde dit voor zover de waterhuishouding onvoldoende was geborgd, maar verklaarde het beroep tegen het herstelbesluit ongegrond. De ontwikkeling van de woningen kan doorgaan. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden, maar moet het griffierecht aan de Stichting vergoeden.

Uitkomst: Het bestemmingsplan Pasgeld-Oost wordt vernietigd wegens onvoldoende borging van de waterhuishouding, maar het herstelbesluit herstelt dit gebrek zodat de woningbouw kan doorgaan.

Uitspraak

202404976/1/R3.
Datum uitspraak: 11 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
Stichting Pasgeld Natuurlijk (hierna: de stichting), gevestigd in Rijswijk,
appellante,
en
de raad van de gemeente Rijswijk,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 18 juni 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Pasgeld-Oost" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft de Stichting beroep ingesteld.
Bij besluit van 19 juni 2025 heeft de raad het besluit van 18 juni 2024 gewijzigd.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De Stichting heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 17 december 2025, waar de Stichting, vertegenwoordigd door[gemachtigde A] en [gemachtigde B], en de raad, vertegenwoordigd door R.M. van Kooperen en F.D.J. de Bruijn, bijgestaan door mr. S.T.J. Olierook, advocaat in Den Haag, zijn verschenen. Ook is Synchroon B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde C], bijgestaan door mr. C.J.H. Delissen, advocaat in Nijmegen, op de zitting als partij gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 22 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Wettelijk kader
2.       De relevante wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. Deze bijlage is onderdeel van de uitspraak.
Inleiding
3.       Het plan maakt de bouw van maximaal 110 woningen in Pasgeld-Oost mogelijk. Het plan is onderdeel van de grotere ontwikkeling van de woningbouwlocatie RijswijkBuiten. RijswijkBuiten bestaat uit de gebieden Sion, Parkrijk en Pasgeld. Het gebied Pasgeld bestaat uit Pasgeld-West, waarvoor een aparte planprocedure wordt doorlopen, en Pasgeld-Oost. Pasgeld-Oost bevindt zich ten oosten van de Lange Kleiweg en ten zuiden van de TNO-locatie.
De Stichting is een stichting met als doel de bevordering van een goed leefklimaat in Rijswijk door het behouden van natuurwaarden c.q. het verbeteren van de toekomstige natuurwaarden in het gebied Pasgeld. Zij kan zich niet met het plan verenigen.
Toetsingskader
4.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Het besluit van 19 juni 2025
5.       Bij besluit van 19 juni 2025 heeft de raad het bestemmingsplan zoals vastgesteld bij het besluit van 18 juni 2024 gewijzigd met betrekking tot de watercompensatie. Aan de verbeelding is aan alle gronden in het plangebied de gebiedsaanduiding "overige zone - watercompensatie" toegevoegd. Ook is de voorwaardelijke verplichting met betrekking tot de waterberging in artikel 10.5 van de planregels aangepast: de maximale verharding binnen de aanduiding "overige zone - watercompensatie" is verminderd en de minimale omvang van de waterberging is vergroot.
5.1.    Het besluit van 19 juni 2025 wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding. De Stichting heeft op het herstelbesluit gereageerd met enkele vragen aan de raad. Zij handhaaft haar beroep.
Synchroon B.V. heeft te kennen gegeven dat zij zich kan verenigen met het herstelbesluit zelf.
Nieuwe beroepsgrond
6.       In een nader stuk van 30 november 2025 heeft de Stichting een beroepsgrond naar voren gebracht over het aspect stikstof. In haar beroepschrift heeft de Stichting geen beroepsgrond aangevoerd over stikstof. Op grond van artikel 1.6a van de Chw kunnen na afloop van de beroepstermijn geen gronden meer worden aangevoerd. Dat betekent dat de Afdeling niet toekomt aan een inhoudelijke bespreking van deze beroepsgrond.
Participatie
7.       De Stichting betoogt dat het participatieproces onzorgvuldig is verlopen. Volgens de Stichting was er een gebrek aan transparantie bij de besluitvorming en werden vragen van participanten niet of maar half beantwoord. Het plan voor Pasgeld werd als kant en klaar bouwplan gepresenteerd in 2019.
Ook voert de Stichting aan dat de ingediende zienswijzen niet zorgvuldig zijn afgehandeld. De toezending van de nota van zienswijzen gebeurde pas nadat de raad het plan al had goedgekeurd. Er was geen mogelijkheid tot een dialoog met de raadsleden. Andere indieners zoals TNO, BPRC en het Hoogheemraadschap werden al wel in de beantwoordingsfase geconsulteerd.
7.1.    De raad stelt voorop dat het doorlopen van een participatietraject niet verplicht was, ondanks dat dit wel is gebeurd. Naar aanleiding van het participatietraject in 2021 zijn er wijzigingen aangebracht in het plan, onder meer is het aantal toegestane woningen verlaagd en is de openbare ruimte versterkt, met het rapport ‘ecologische aanbevelingen’ van Tauw als leidraad. Ook hebben in 2022 en 2023 informatieavonden over het aangepaste plan plaatsgevonden. Daarna konden er inspraakreacties over het voorontwerp naar voren gebracht worden. Vervolgens heeft het ontwerpplan ter inzage gelegen en konden er zienswijzen naar voren gebracht worden.
7.2.    Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. In overeenstemming met deze procedure is een ieder in dat kader in de gelegenheid gesteld om een zienswijze over het ontwerpplan naar voren te brengen. Van deze mogelijkheid heeft de Stichting gebruik gemaakt. Het bieden van inspraak voorafgaand aan de terinzagelegging van een ontwerpplan, maakt geen onderdeel uit van de in de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) geregelde bestemmingsplanprocedure. Het eventueel niet of onvoldoende bieden van inspraak in deze fase heeft daarom geen gevolgen voor de rechtmatigheid van de bestemmingsplanprocedure en het bestemmingsplan. De raad heeft overigens toegelicht dat er wel een participatietraject is doorlopen; er zijn onder meer informatieavonden georganiseerd.
Het bieden van inspraak of het aangaan van een dialoog naar aanleiding van de nota van zienswijzen maakt op grond van de Wro of een ander wettelijk voorschrift geen verplicht onderdeel uit van een bestemmingsplanprocedure. De raad heeft ook toegelicht dat er aanpassingen aan het plan zijn aangebracht naar aanleiding van geuite wensen van participanten aan het participatietraject. Dat niet volledig gehoor is gegeven aan de bezwaren maakt niet dat de besluitvormingsprocedure onzorgvuldig is verlopen.
Het betoog slaagt niet.
Groenblauwe hoofdstructuur
8.       De Stichting betoogt dat niet wordt voldaan aan de in het rapport van Tauw gestelde randvoorwaarden van de groenblauwe ecologische hoofdstructuur voor de ontwikkeling van Pasgeld-Oost. Volgens de Stichting is de realisatie van de groenblauwe ecologische hoofdstructuur een noodzakelijk voorwaarde voor de ontwikkeling van Pasgeld-Oost. Belangrijke onderdelen van deze groenblauwe hoofdstructuur zijn de realisatie van de zogenaamde ‘Bos- en Parkloper’. Formeel vormen deze elementen onderdeel van het plan voor Pasgeld-West, maar er zijn volgens de Stichting redenen om te betwijfelen of deze ‘lopers’ wel gerealiseerd gaan worden op zo’n manier dat kan worden gesproken van een robuuste ecologische structuur. De Bos- en Parkloper zijn wel onderdeel van het plan Pasgeld-West, maar ze zijn hierin niet uitgewerkt en het plan biedt geen waarborgen dat zij daar gerealiseerd zullen worden. Hierbij wijst de Stichting op de versnipperde aanpak van ontwikkeling Pasgeld. Ook bestaat de mogelijkheid om delen van de parkloper alsnog te verstenen, bijvoorbeeld met een station of bijbehorende voorzieningen. De Stichting vindt dat met dit plan alsnog geregeld moet worden wat in Pasgeld-West niet goed is gegaan.
De Stichting voert daarbij aan dat wel een raadsbesluit is genomen waarin staat dat € 1,45 miljoen gereserveerd wordt voor de inrichting van de Bos- en Parkloper, maar dat controle onmogelijk is omdat de ecologische maatregelen geheim zijn. In de grond van de daarop weergegeven ‘Parkloper’ ligt een groot aantal leidingen, zoals een gasleiding en een hoogspanningsleiding. Voor deze leidingen geldt een boomvrije zone van
3 tot 5 m. Ook mogen er fiets- en wandelpaden worden aangelegd. Daardoor blijft volgens de Stichting geen ruimte over voor een robuuste, ecologische verbinding. Bovendien is de gemeente geen eigenaar van de Parkloper. Dat is deels van een particuliere partij en deels van TNO. Ook de Bosloper is eigendom van TNO. Dat de gemeente deze gronden aankoopt, is geen reële optie, omdat op een deel van de Parkloper een voorkeursrecht rust voor BPRC. Daarnaast is in de grondexploitatie geen rekening gehouden met aankoopkosten van deze gronden.
De Stichting verwijst ook naar afbeelding 4.4 van de plantoelichting. Daarop staan de ecologische verbindingen. Deze verbindingen lopen deels langs het spoor. Het idee is dat er tunnels komen. Het is onduidelijk of ProRail wil meewerken aan deze tunnels. Daarnaast is het gemaal aan de Vliet een knelpunt voor de realisering van deze ecologische verbindingen. Ook de doorgang noord-zuid is niet reëel, omdat daar een betonnen muur in de weg staat aan een verbinding tussen het Elsenburgerbos en Wilhelminapark.
8.1.    De raad stelt voorop dat de ecologische structuur, zoals vastgelegd in het rapport van Tauw, een verkenning van de natuurwaarden betreft en bedoeld is als ecologische onderlegger bij de ruimtelijke ontwikkeling en geen vastgestelde beleidsregel is. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is de realisatie van de ecologische structuur volgens de raad geen harde randvoorwaarde voor de ontwikkeling van de geprojecteerde woningen in Pasgeld-Oost. Het ontwerp van het plan is wel gebaseerd op bestaande landschappelijke en ecologische waarden in de omgeving. Zo zijn er in het plangebied groenbestemmingen opgenomen, die mede bestemd zijn voor de groenblauwe hoofdstructuur. De Bos- en Parkloper zijn aangegeven als gewenste verbindingen, en opgenomen in het plan "Pasgeld-West". In dat plan hebben deze verbindingszones een groenbestemming gekregen. De uitvoerbaarheid van die bestemming valt volgens de raad buiten dit geding. Nu deze gewenste verbindingszones al als zodanig zijn bestemd, bestaat er volgens de raad geen aanleiding om dat in het voorliggende plan nogmaals te doen. De gemeente zal als eigenaar van de gronden deze ecologische structuur (laten) realiseren met het oog op het verbeteren van de staat van instandhouding van de doelsoorten in de Driehoek Pasgeld. De raad heeft daarvoor een bedrag van € 1,5 miljoen opgenomen in zijn begroting.
8.2.    De Afdeling stelt vast dat het in het plangebied niet gaat om gronden die zijn aangewezen als verplichte ecologische hoofdstructuur op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) of een provinciale verordening, maar om gronden waar de raad het wenselijk acht dat er onder meer natuur is. Het rapport "Ecologische structuur Pasgeld Rijswijk" van 30 april 2021 van Tauw is een adviesstuk dat de opzet geeft van de door de raad gewenste natuur, maar het is geen beleidsstuk dat een bepaalde invulling bindend voorschrijft. Op de ecologische structuurkaart in het rapport van Tauw is Pasgeld-Oost met name aangewezen voor waternatuur (water en moeras). Het plan biedt hier ook ruimte voor. Aan een deel van de gronden in het plangebied is de bestemming "Groen" toegekend, en aan verschillende gronden met een groenbestemming is ook de functieaanduiding "water" toegekend. Ter plaatse van deze functieaanduiding zijn alleen water, oevers, groen, duikers en dammen toegestaan. De Afdeling volgt de raad in zijn uitleg dat de groenblauwe ecologische structuur wel belangrijk is, maar niet een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen spreken van een goede ruimtelijke ordening. De ecologische aspecten hoefden daarom niet verder geborgd te worden in de planregels. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad een zorgvuldige afweging gemaakt tussen het belang van woningbouw en het belang van ecologische waarden in het gebied Pasgeld.
Wat de Park- en Bosloper betreft overweegt de Afdeling dat deze zijn voorzien in het plangebied van het plan "Pasgeld-West". De Stichting heeft op de zitting toegelicht dat haar betoog niet bedoeld is als een plangrensbezwaar. De aangevoerde punten over de uitvoerbaarheid van deze parklopers zijn in de zaak tegen dat plan aan de orde gekomen.
Het betoog slaagt niet.
Flora en fauna
9.       De Stichting betoogt dat niet vaststaat dat het soortenbeschermingsregime niet aan de uitvoering van het plan in de weg staat. De Stichting wijst onder meer op de aanwezigheid van de ransuil en hazen. De Stichting betoogt dat het plan niet had mogen worden vastgesteld voordat de benodigde ontheffingen op grond van de Wnb waren verkregen. Volgens de Stichting is ten onrechte aangesloten bij de ontheffingsaanvraag voor de ransuil voor Pasgeld-West.
9.1.    De raad mag het plan niet vaststellen als en voor zover hij op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het wettelijke soortenbeschermingsregime aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.
9.2.    De raad heeft ecologische onderzoeken laten uitvoeren. Aan het plan ligt het rapport "ecologische quickscan Driehoek-Pasgeld te Rijswijk" van 14 juni 2022 van VanderHelm Milieubeheer B.V. (hierna: de quickscan) ten grondslag. In de quickscan is voor het deelgebied Pasgeld-Oost geconcludeerd dat er alleen vervolgonderzoek nodig is met betrekking tot de ransuil, omdat er geen elementen van (andere) beschermde diersoorten aanwezig zijn. De raad heeft toegelicht dat met betrekking tot de ransuil ontheffing is aangevraagd en dat deze ook betrekking heeft op gronden in "Pasgeld-Oost". Anders dan de stichting meent, volgt uit overweging 9.1 niet dat een ontheffing op grond van de Wnb moet zijn verleend voordat een bestemmingsplan wordt vastgesteld. De raad heeft de concept-ontheffing van 27 mei 2024 overgelegd en op zitting toegelicht dat de ontheffing inmiddels is verleend. De raad kon zich redelijkerwijs op het standpunt stellen dat de Wnb niet op voorhand aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.
Het betoog slaagt niet.
Waterhuishouding
10.     De Stichting betoogt dat zowel in formele zin als in materiële zin niet is gegarandeerd dat sprake is van een robuuste waterhuishouding in het gebied. Voor de formele kant wijst de Stichting erop dat het waterhuishoudkundig plan nog niet gereed is. Daarbij betwijfelt de Stichting of het plan haalbaar is, omdat ten behoeve van Pasgeld-West in Pasgeld-Oost 5.000 m² waterberging ter compensatie moet worden aangelegd. De Stichting meent dat de raad het plan nog niet had mogen vaststellen, omdat het onzeker is of de benodigde watervergunningen kunnen worden verleend.
Over de materiële kant voert de Stichting aan dat de planregels te veel verharding mogelijk maken. In de planregels zou de voorwaarde uit artikel 3, vierde lid, van de Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022 geborgd moeten worden volgens de Stichting. Daarnaast staat in de plantoelichting beschreven dat de raad een soort "cascade-systeem" voor ogen heeft, maar dat is niet geborgd in de planregels.
In de huidige situatie wordt volgens de Stichting in toenemende mate grondwateroverlast ervaren.
10.1.  De raad stelt zich op het standpunt dat hij heeft voldaan aan het in artikel 3.1.6, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) neergelegde vereiste dat de plantoelichting een beschrijving moet bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Deze beschrijving is te vinden in paragraaf 4.8 van de plantoelichting. Als bijlage 9 bij de plantoelichting is verder een memo van Arcadis bijgevoegd met een samenvatting van de met het Hoogheemraadschap van Delfland gemaakte afspraken inzake het oppervlaktewatersysteem in Pasgeld-Oost. Deze afspraken zullen ook in het nog op te stellen waterhuishoudkundig plan worden opgenomen. Verder is in artikel 10.5 van de planregels geborgd dat de toename van verhard oppervlakte wordt gecompenseerd door middel van een waterberging. De raad meent hiermee voldoende rekening te hebben gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding.
10.2.  De plantoelichting gaat in op het aspect water. Hierin is onder meer toegelicht dat een waterhuishoudkundig plan opgesteld wordt waarin het bredere gebied wordt beschouwd. Vooruitlopend op het definitieve waterhuishoudkundig plan heeft Arcadis een samenvattende memo opgesteld, die is opgenomen als bijlage bij het plan. In deze memo worden per onderdeel de afspraken samengevat en is aangegeven waaraan nog een nadere invulling moet worden gegeven. Uiteindelijk worden deze afspraken in het waterhuishoudkundig plan Pasgeld-Oost opgenomen. Dit plan zal de inpassing van het watersysteem in het stedenbouwkundig ontwerp beschrijven, op hoofdlijnen een technische uitwerking geven en de te maken afspraken vastleggen. Dat er ten tijde van de vaststelling van het plan nog geen waterhuishoudkundig plan was vastgesteld, levert naar het oordeel van de Afdeling geen strijd met het Bro op en vormt ook anderszins geen gebrek. In artikel 10.5, eerste lid, onder c, van de planregels is vastgelegd dat het bebouwen van de gronden pas is toegestaan als er sprake is van een goed functionerend watersysteem vastgelegd in een waterhuishoudkundig plan. Op deze manier is geborgd dat het waterhuishoudkundig plan er zal komen, althans dat er niet gebouwd kan worden zonder een waterhuishoudkundig plan. In de memo van Arcadis staat dat er geen knelpunten aanwezig zijn in Pasgeld-Oost. Als er huizen gebouwd gaan worden moet de verharding wel gecompenseerd worden, en daarvoor is de voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen.
Wat artikel 3, vierde lid, van de Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022 betreft, overweegt de Afdeling dat de verplichting voor hemelwaterberging op particulier terrein op grond van dit artikel al zelfstandig handhaafbaar is. De raad hoefde dit niet nogmaals te borgen in de planregels.
Voor zover de Stichting tegen het herstelbesluit heeft betoogd dat de hoeveelheid op te vangen water in het plangebied ten onrechte niet gemaximeerd is en hiermee aanvoert dat de reikwijdte van de groenbepaling te ruim is, overweegt de Afdeling dat dit niet ziet op een aspect dat met het herstelbesluit is gewijzigd en de Stichting dit tegen het oorspronkelijke besluit had kunnen - en moeten - aanvoeren.
In zoverre slaagt het betoog niet.
10.3.  Op de verbeelding, zoals vastgesteld bij het besluit van 18 juni 2024, ontbrak de aanduiding "overige zone - watercompensatie" per abuis. Ook is de maximale verharding verlaagd en de minimale watercompensatie verhoogd. De waterhuishouding was dus onvoldoende geborgd. Het plan regelde niet wat de raad had beoogd. In zoverre slaagt het betoog.
In het herstelbesluit is de aanduiding "overige zone - watercompensatie" echter toegevoegd aan de verbeelding. Ook is de juiste hoeveelheid waterberging geborgd. Het geconstateerde gebrek is hiermee hersteld.
Conclusie
14.     Gelet op wat is overwogen onder 10.3 is het beroep tegen het besluit van 18 juni 2024 gegrond. Dit besluit moet wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb worden vernietigd voor zover de waterhuishouding in het plan niet juist was geborgd. Dit gebrek is met het herstelbesluit van 19 juni 2025 hersteld, omdat de waterhuishouding in het plan door het herstelbesluit op juiste wijze is aangepast. Dit betekent dat de voorziene ontwikkeling die het plan mogelijk maakt door kan gaan.
15.     De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Rijswijk van 18 juni 2024, waarbij het bestemmingsplan "Pasgeld-Oost" is vastgesteld, gegrond;
II.       vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Rijswijk van 18 juni 2024, waarbij het bestemmingsplan "Pasgeld-Oost" is vastgesteld, voor zover de waterhuishouding onvoldoende was geborgd;
III.      verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Rijswijk van 19 juni 2025, waarbij wijzigingen zijn aangebracht aan het besluit van 18 juni 2024, ongegrond;
IV.     gelast dat de raad van de gemeente Rijswijk Stichting Pasgeld Natuurlijk het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 371,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzitter, en mr. B. Meijer en mr. J.H. van Breda, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M. van der Kolk, griffier.
w.g. Knol
voorzitter
w.g. Van der Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2026
944
BIJLAGE
Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb luidt: "Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben."
Artikel 3, vierde lid, van de Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022 luidt:
"De minimale capaciteit van de hemelwaterberging op het perceel of ander  particulier terrein van een nieuw bouwwerk is 50 liter per m² bebouwd oppervlak plus 50 % van het onbebouwde oppervlak van het perceel."
Artikel 3.1.1 van de planregels luidt:
"De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. groen;
b. groenblauwe hoofdstructuur: landschappelijke, ecologische en recreatieve waarden;
c. water;
d. bermen en beplanting;
e. oevers en waterberging;
f. natuureducatie;
g. uitsluitend water, oevers, groen, duikers en dammen ter plaatse van de aanduiding 'water';
[…]".
Artikel 10.5 van de planregels van het herstelbesluit luidt:
"10.5 voorwaardelijke verplichting waterberging
1. Het bebouwen van de gronden is uitsluitend toegestaan, indien voorafgaand aan de oplevering van de bebouwing is voorzien in de aanleg en instandhouding van waterberging, waarbij voldaan moet worden aan de volgende voorwaarden:
a. er wordt maximaal 20.000 m2 verharding gerealiseerd binnen de aanduiding 'overige zone -watercompensatie';
b. de waterberging kent een omvang van minimaal 4.210 m2 oppervlaktewater, én 327 m3 al dan niet in de vorm van oppervlaktewater;
c. er is sprake van een goed functionerend watersysteem vastgelegd in een waterhuishoudkundig plan;
d. wanneer als gevolg van een gefaseerde ontwikkeling van het gebied op enig moment redelijkerwijs (nog) niet aan de totale omvang van de waterberging kan worden voldaan, er sprake dient te zijn van een evenwicht tussen de hoeveelheid te realiseren verharding en de hoeveelheid waterberging, binnen een goed functionerend watersysteem;
2. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het eerste lid, sub a en b onder de voorwaarde dat het belang van de waterhuishouding met betrekking tot het watersysteem, de waterkwaliteit en waterkwantiteit niet onevenredig wordt aangetast;
3. Bij het besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning bedoeld in het tweede lid vraagt het bevoegd gezag vooraf schriftelijk advies van de waterbeheerder;
4. Het bevoegd gezag betrekt het schriftelijk advies van de waterbeheerder bij het besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning bedoeld in het tweede lid".