AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging beslissing examencommissie en CBE over centraal examen Wiskunde B havo
Appellant, een student havo-opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan Scalda, maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn cijfer voor het centraal examen Wiskunde B 2025 tweede tijdvak. De examencommissie verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en de CBE verklaarde het administratief beroep ongegrond. Appellant stelde dat hij met één punt extra geslaagd zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de examencommissie niet bevoegd was om op het bezwaar te beslissen, omdat tegen de vaststelling van het cijfer administratief beroep openstaat bij de CBE. Het Examenreglement van Scalda is in zoverre in strijd met de Algemene wet bestuursrecht en de Wet educatie en beroepsonderwijs (Web). De Afdeling vernietigt daarom de beslissingen van de examencommissie en de CBE.
De CBE wordt opgedragen binnen vier weken een nieuwe beslissing te nemen op het administratief beroep, waarbij zij moet toetsen of de examencommissie in strijd met het recht heeft gehandeld bij de vaststelling van het cijfer. De Afdeling wijst erop dat administratief beroep mogelijk is tegen beslissingen die in strijd zijn met het recht. De CBE hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de beslissingen van de examencommissie en de CBE en draagt de CBE op binnen vier weken een nieuwe beslissing te nemen op het administratief beroep.
Uitspraak
202505531/1/A2.
Datum uitspraak: 11 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
en
de commissie van Beroep voor de Examens van Scalda (de CBE),
verweerder.
Procesverloop
Bij beslissing van 2 juli 2025 heeft de examencommissie van Scalda (de examencommissie) aan [appellant] het cijfer voor het centraal examen Wiskunde B havo 2025, tweede tijdvak (het CE), vastgesteld en bekend gemaakt.
Bij beslissing van 7 juli 2025 heeft de examencommissie het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij beslissing van 8 september 2025 heeft de CBE het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze beslissing heeft [appellant] beroep ingesteld.
De CBE heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant] heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 5 december 2025, waar [appellant] en de CBE, vertegenwoordigd door mr. A. Metske, [gemachtigde] en M. van der Palm MSc, zijn verschenen.
Overwegingen
Wettelijk kader
1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van de uitspraak.
Inleiding
2. [appellant] heeft in het schooljaar 2024-2025 als student een havo-opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan Scalda gevolgd. Hij heeft op 19 juni 2025 het CE afgelegd. Op 2 juli 2025 is bekendgemaakt dat hij niet is geslaagd voor zijn havo-diploma.
3. [appellant] stelt dat als hij één punt extra had behaald voor het CE, hij voor het havo-diploma was geslaagd. Hij komt op tegen de vaststelling van het cijfer voor het CE.
Beslissing examencommissie
4. De examencommissie heeft, voor zover het bezwaar is gericht tegen de examenuitslag, het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Een student kan geen bezwaar maken of beroep instellen tegen de vaststelling van een cijfer voor het CE. Voor zover het bezwaar kan worden gezien als een verzoek tot herbeoordeling, is dit verzoek afgewezen. Er zijn, nadat de opmerkingen van [appellant] over de beoordeling van het CE aan de eerste examinator zijn voorgelegd, geen aanwijsbare fouten geconstateerd in de beoordeling volgens het correctiemodel. De examenuitslag is vastgesteld aan de hand van de wettelijke regeling die daarvoor geldt. Er is hierbij geen ruimte om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van [appellant].
Beslissing van de CBE
5. De CBE heeft zich op het standpunt gesteld dat uit artikel 1.32 van het Examenreglement Vavo Scalda (het Examenreglement) volgt dat een student geen beroep kan instellen bij de CBE tegen de beoordeling van het CE. Dit is op grond van paragraaf 3 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 (het Uitvoeringsbesluit) voorbehouden aan de examinator en de gecommitteerde, die in onderling overleg de score voor het CE vastleggen. De vaststelling van deze score en het cijfer is bindend, en hier staat geen bestuursrechtelijk rechtsmiddel tegen open, maar kan door middel van een civiele procedure worden aangevochten. De examencommissie heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat het verzoek van [appellant] om een herbeoordeling niet-ontvankelijk is. Verder merkt de CBE op dat niet is gebleken dat de examinatoren het CE niet volgens de geldende voorschriften hebben beoordeeld. Ook heeft de CBE erop gewezen dat de examencommissie, hoewel het bezwaar tegen de beoordeling van het CE niet-ontvankelijk is verklaard, inzichtelijk heeft gemaakt dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een aanwijsbare fout in de beoordeling.
Omvang van het geschil
6. In deze procedure heeft [appellant] gronden aangevoerd tegen de wijze waarop de procedure in (administratief) beroep is verlopen. [appellant] heeft zich onder meer op het standpunt gesteld dat de CBE niet tijdig heeft beslist op het door hem ingestelde administratief beroep en dat zijn brief van 9 september 2025, waarin hij heeft aangegeven dat hij zich niet kan verenigen met de beslissing van de CBE van 8 september 2025, ten onrechte is aangemerkt als een beroepschrift en als zodanig is doorgestuurd naar de Afdeling.
7. De CBE heeft gesteld dat [appellant] de processtukken verschillende keren bij de verkeerde instantie heeft ingediend, hoewel hij was gewezen op het juiste loket. Daarnaast heeft [appellant] op 16 september 2025 het door de CBE aan de Afdeling doorgezonden beroep ingetrokken. Daarmee is volgens de CBE de beroepsprocedure geëindigd. Het beroep bij de Afdeling moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
8. De Afdeling heeft op de zitting met partijen gesproken over de gang van zaken van deze procedure. Met [appellant] is afgesproken dat hij de formele gronden, die zien op de wijze van behandeling van het administratief beroep, intrekt. Met de CBE is afgesproken dat de grond over de ontvankelijkheid van het beroep wordt ingetrokken. De Afdeling vat de brief van 9 september 2025 op als een beroep, gericht tegen de beslissing van de CBE van 8 september 2025.
Beoordeling van het beroep
9. De Afdeling beantwoordt eerst de vraag of de examencommissie bevoegd was om op het bezwaar van [appellant] te beslissen.
9.1. Uit het systeem van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vloeit voort dat tegen een besluit óf bezwaar, óf administratief beroep openstaat. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ1662.
9.2. Op grond van artikel 7.4.11, zevende lid, aanhef en onder b, onder 1, van de Wet educatie en beroepsonderwijs (Web), gelezen in samenhang met artikel 2.56, zevende lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 (Wvo), wordt het cijfer van het centraal eindexamen vastgesteld door de examencommissie. Op grond van artikel 7.5.4, eerste lid, van de Web is de CBE bevoegd om in administratief beroep te oordelen over beslissingen van de examencommissie. Tegen de vaststelling van het cijfer van het centraal eindexamen door de examencommissie staat voor de kandidaat dus administratief beroep open.
9.3. Het Examenreglement voorziet in artikel 2.1 in een herbeoordelingsprocedure. Studenten kunnen onder andere over de examinering en hun individuele situatie een verzoek indienen bij de examencommissie. De Afdeling gaat ervan uit dat hiermee de mogelijkheid tot bezwaar is geïntroduceerd. Als de student het niet eens is met de beslissing van de examencommissie, kan hij daartegen beroep instellen bij de CBE, als bedoeld in artikel 2.3 van het Examenreglement. Het Examenreglement bepaalt verder dat tegen de beoordeling van het werk van het centraal examen geen beroep kan worden ingesteld bij de CBE.
9.4. Omdat de wetgever in de Web tegen de beslissingen van de examencommissie als hier aan de orde administratief beroep bij de CBE heeft opengesteld, mocht Scalda geen regeling voor het maken van bezwaar voorafgaand aan het administratief beroep introduceren. Voor zover in het Examenreglement is vastgelegd dat het instellen van administratief beroep tegen de vaststelling van het cijfer voor het centraal examen afhankelijk is van de voorwaarde dat de kandidaat eerst een schriftelijk verzoek tot herbeoordeling indient, is het Examenreglement in strijd met de Awb (zie ook de uitspraak van de Afdeling van 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:779). Voor zover het Examenreglement bepaalt dat tegen de beoordeling van het werk van het centraal examen geen beroep kan worden ingesteld bij de CBE, is deze bepaling in strijd met artikel 7.5.4, eerste lid, van de Web.
9.5. Gelet op het voorgaande was de examencommissie niet bevoegd om op het bezwaar van [appellant] te beslissen en bestond geen grond voor ongegrondverklaring van het administratief beroep tegen de beslissing 7 juli 2025. De examencommissie had het bezwaar van [appellant] van 4 juli 2025 moeten aanmerken als administratief beroep gericht tegen de beslissing van 2 juli 2025 en dit administratief beroep door moeten zenden aan de CBE. Verder had de CBE de e-mailberichten van 8 juli 2025, 23 juli 2025 en 27 augustus 2025 aan moeten merken als aanvulling van het administratief beroep. De beslissing van de CBE van 8 september 2025 moet daarom worden vernietigd.
Conclusie
10. Het beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de beslissing van de CBE van 8 september 2025 en de beslissing van de examencommissie van 7 juli 2025 en draagt de CBE op om een nieuwe beslissing op het administratief beroep te nemen. De Afdeling zal daarvoor een termijn stellen.
Wat betekent deze uitspraak?
11. De CBE moet (opnieuw) op het administratief beroep van [appellant] beslissen. De Afdeling wijst erop dat, anders dan het standpunt dat de CBE in haar beslissing van 8 september 2025 heeft ingenomen en is bepaald in het Examenreglement, administratief beroep kan worden ingesteld op grond van strijd met het recht (artikel 7.5.4., derde lid, van de Web). Dit betekent dat de CBE in overeenstemming met die bepaling en aan de hand van wat door [appellant] is aangevoerd moet beslissen of de examencommissie bij de vaststelling van het cijfer van het CE in strijd met het recht heeft gehandeld.
Proceskosten
12. De CBE hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het beroep gegrond;
II. vernietigt de beslissing van de commissie van Beroep voor de Examens van Scalda van 8 september 2025;
III. vernietigt de beslissing van de examencommissie van Scalda van 7 juli 2025;
IV. draagt de commissie van Beroep voor de Examens van Scalda op om binnen 4 weken na verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing op het administratief beroep van [appellant] te nemen;
V. gelast dat de commissie van Beroep voor de Examens van Scalda aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht van € 53,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzitter, en mr. B.P. Vermeulen en mr. W. den Ouden, leden, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.
w.g. Daalder
voorzitter
w.g. Van Loon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2026
284-1062
BIJLAGE
WETTELIJK KADER
Wet educatie en beroepsonderwijs
Artikel 7.4.11. Examen, onderwijsprogramma en studentenstatuut
[…].
7. Hoofdstuk 2, paragraaf 5, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 is van toepassing op de examens van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs:
a. met uitzondering van de artikelen 2.51, eerste tot en met vijfde lid, 2.51a, 2.59, 2.60, eerste lid, onder d, tweede tot en met vierde lid, 2.60b, eerste tot en met derde lid, 2.60c, tweede en derde lid, 2.60d, 2.62 tot en met 2.64;
b. met dien verstande dat:
1˚. «de rector of directeur» en «het bevoegd gezag» worden gelezen als «de examencommissie», behalve in de artikelen 2.52, 2.53, 2.54 en 2.55, eerste lid;
[…].
Artikel 7.5.4. Bevoegdheid commissie van beroep voor de examens
1. De commissie van beroep voor de examens oordeelt over beslissingen van de examencommissie of van de examinatoren.
2. Het beroep kan, wat de openbare instellingen betreft in afwijking van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht, worden ingesteld terzake dat een beslissing in strijd is met het recht.
De commissie beslist binnen vier weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het beroepschrift is verstreken, wat de openbare instellingen betreft in afwijking van artikel 7:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, tenzij de commissie deze termijn heeft verlengd met ten hoogste twee weken.
4. De commissie stelt een onderzoek in alvorens te beslissen. Zij stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen geheel of gedeeltelijk af te leggen.
5. De commissie maakt haar beslissing bekend aan de kandidaat, aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, aan het bevoegd gezag, aan het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt, en aan de inspectie.
6. Indien de commissie het beroep gegrond acht, vernietigt zij de beslissing geheel of gedeeltelijk. De commissie is niet bevoegd in de plaats van de geheel of gedeeltelijk vernietigde beslissing een nieuwe beslissing te nemen, wat de openbare instellingen betreft in afwijking van artikel 7:25 vanPro de Algemene wet bestuursrecht. Zij kan bepalen dat opnieuw of, indien de beslissing is geweigerd, alsnog in de zaak wordt beslist, dan wel dat het examen of enig onderdeel daarvan opnieuw wordt afgenomen onder door de commissie te stellen voorwaarden. De examencommissie of de examinator van wie de beslissing is vernietigd, voorziet voor zover nodig opnieuw in de zaak met inachtneming van de uitspraak van de commissie van beroep voor de examens. De commissie kan daarvoor in haar uitspraak een termijn stellen.
Wet voortgezet onderwijs 2020
Artikel 2.56. Centraal examen
[…].
7. De rector of directeur stelt het cijfer voor het centraal examen in een vak vast.
[…].
Het Examenreglement vavo Scalda 2024-2025
Artikel 1.32 Recht op inzage in en kopie van het gemaakte werk van het centraal examen: verzoek aan de Examencommissie Vavo
In overeenstemming met artikel 15 AVGPro zal, op verzoek van een student, aan die student inzage en een kopie van de eigen examenantwoorden worden verstrekt. De school is volgens de wet niet verplicht om examenvragen, de vragen op het antwoordblad of -sjabloon mee te
kopiëren.
Indiening verzoek
De student kan dit verzoek om het gemaakte werk in te zien na de dag van de uitslag via een e-mail (Examencommissievavo@scalda.nl én examenbureauvavo@scalda.nl) bij de Examencommissie Vavo indienen. Een inzagemoment zal dan worden ingepland. Inzage verloopt volgens de richtlijnen genoemd in de dan geldende Protocollen Centrale Examens van de VO-raad. De eerste corrector (de examinator van Scalda Vavo) is bij de inzage niet aanwezig.
Indien er een geschil ontstaat na de inzage, dan zullen eveneens de dan geldende Protocollen Centrale Examens van de VO-raad worden gevolgd. De student moet rekening houden met de mogelijkheid dat een cijfer ook naar beneden bijgesteld kan worden.
Geen beroepsmogelijkheid
Een kandidaat kan op basis van inzage van het door hem gemaakte centraal examenwerk geen beroep instellen bij de Commissie van Beroep tegen de beoordeling van het werk van het centraal examen.
Artikel 2.1 Verzoeken van examenstudenten of examendeelnemers
1. Examenstudenten kunnen onder andere over examinering en hun individuele situatie een verzoek richten aan de secretaris van de Examencommissie Vavo via Examencommissievavo@scalda.nl en in CC naar examenbureauvavo@scalda.nl. Dit verzoek dient binnen drie werkdagen, gerekend vanaf de dag na het bekend maken/worden van de beoordeling of de gebeurtenis, schriftelijk of per email te worden ingediend. Bij te late indiening zal het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
2. De Examencommissie Vavo beantwoordt het verzoek schriftelijk en kan, om tot een goede afweging te komen, om een mondelinge toelichting vragen.
3. In het geval dat betrokkene het niet eens is met het antwoord van de Examencommissie Vavo kan hij beroep aantekenen zoals is verwoord in artikel 2.3.
Artikel 2.3 Beroep
Een examenkandidaat kan tegen een uitspraak van de Examencommissie Vavo of van de examinatoren beroep instellen bij de Commissie van beroep voor de examens, in verband met het feit dat de beslissing in strijd is met het recht. De commissie van beroep voor de examens toetst slechts of beoordelingsbeslissingen in strijd zijn met enig algemeen verbindend voorschrift of in het algemeen rechtsbewustzijn levend beginsel van behoorlijk bestuur en of de examinator of Examencommissie bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen.
De examenkandidaat dient het beroepschrift binnen twee weken (10 werkdagen) in te dienen. De termijn vangt aan op de dag na de dag waarop de beslissing is bekendgemaakt. De examenkandidaat kan het beroep indienen via de website van Scalda (http://www.scalda.nl/klachten) of via het betreffende webportaal van MijnScalda, zoals beschreven in de klachten- en geschillenregeling van Scalda.