ECLI:NL:RVS:2026:757

Raad van State

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
202306147/1/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Gundelach
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.12 WaboArt. 3.9 WaboArt. 4.3 Invoeringswet OmgevingswetArt. 6.5 Besluit omgevingsrechtActiviteitenbesluit milieubeheer
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging omgevingsvergunning uitbreiding horeca en appartementen ondanks bezwaren geluid en parkeren

De Bolle Buiken Beheer B.V. vroeg op 4 mei 2020 een omgevingsvergunning aan voor uitbreiding van de horeca en realisatie van drie appartementen aan de Wernhoutseweg 126 in Wernhout. Het college van burgemeester en wethouders van Zundert verleende deze vergunning op 23 november 2021 met toepassing van de buitenplanse afwijkingsmogelijkheid uit de Wabo. Appellant, wonend nabij de locatie, maakte bezwaar vanwege vrees voor geluidsoverlast en parkeeroverlast.

De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het college onterecht geen verklaring van geen bedenkingen van de raad had gevraagd en gaf het college de gelegenheid dit te herstellen. In een herstelbesluit van 23 januari 2023 werd dit alsnog gedaan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De rechtbank vond dat het akoestisch onderzoek en de parkeerbalans voldoende onderbouwing boden dat de geluid- en parkeernormen niet worden overschreden.

In hoger beroep betoogde appellant dat de geluidsoverlast, met name door stemgeluiden en de afzuiginstallatie, en de parkeeroverlast onaanvaardbaar zouden zijn en dat de nieuwe vergunningvoorschriften niet handhaafbaar zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde de rechtbank en oordeelde dat de geluidnormen niet worden overschreden, de parkeerbalans representatief is en dat de vergunningvoorschriften bijdragen aan het beperken van geluidsoverlast. Het mailbericht van appellant uit november 2022 werd niet als reactie op het herstelbesluit gezien.

De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraken van de rechtbank, waarmee de omgevingsvergunning definitief in stand bleef. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft in stand.

Uitspraak

202306147/1/R2.
Datum uitspraak: 11 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Wernhout, gemeente Zundert,
appellant,
tegen de uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland­West­Brabant (hierna: de rechtbank) van 30 maart 2022 en 24 augustus 2023 in zaak nrs. 22/91 en 22/92 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Zundert.
Procesverloop
Bij besluit van 23 november 2021 heeft het college aan De Bolle Buiken Beheer B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de horeca en het realiseren van drie appartementen aan de Wernhoutseweg 126 in Wernhout.
Bij tussenuitspraak van 30 maart 2022 heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om een gebrek in het besluit van 23 november 2021 te herstellen en een voorlopige voorziening getroffen.
Bij besluit van 23 januari 2023 (herstelbesluit) heeft het college het besluit van 23 november 2021 aangevuld.
Bij uitspraak van 24 augustus 2023 (einduitspraak) heeft de rechtbank het door [appellant] tegen het besluit van 23 november 2021 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Tegen de tussenuitspraak en de einduitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] en het college hebben een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 januari 2026, waar het college, vertegenwoordigd door mr. P. de Haan, is verschenen. Verder is op de zitting De Bolle Buiken, vertegenwoordigd door [gemachtigden], als partij gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 4 mei 2020. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Inleiding
2.       De Bolle Buiken is eigenaar en exploitant van de cafetaria en het restaurant "De Bolle Buiken" aan de Wernhoutseweg 126 in Wernhout. De Bolle Buiken heeft op 4 mei 2020 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de horeca en het realiseren van drie appartementen. Het college heeft op 23 november 2021 met toepassing van de buitenplanse afwijkingsmogelijkheid als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º, van de Wabo de gevraagde omgevingsvergunning verleend. [appellant] woont in de nabijheid van De Bolle Buiken aan de [locatie] en is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. [appellant] vreest voornamelijk voor geluids- en parkeeroverlast.
De tussen- en de einduitspraak van de rechtbank
3.       De rechtbank heeft in haar tussenuitspraak geoordeeld dat het college niet bevoegd was om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º, van de Wabo de omgevingsvergunning te verlenen. De rechtbank heeft daarover overwogen dat op grond van artikel 6.5, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht (Bor) een verklaring van geen bedenkingen van de raad vereist is, maar dat het college deze verklaring ten onrechte niet heeft gevraagd. Daarnaast heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om de vergunningvoorschriften in het te nemen herstelbesluit te herformuleren, aangezien daarover tussen partijen miscommunicatie is ontstaan.
De rechtbank heeft in haar einduitspraak geoordeeld dat het college het gebrek in het oorspronkelijke besluit heeft hersteld, doordat de raad alsnog een verklaring van geen bedenkingen heeft verleend aan het college. Daarnaast heeft het college de vergunningvoorschriften herzien en opnieuw vastgesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat uit de berekeningsresultaten van het akoestisch onderzoek naar het stemgeluid vanwege de terrassen en bij de speelgelegenheid blijkt dat het geluid de richtwaarden niet overschrijdt. Volgens de rechtbank zijn de vergunningvoorschriften handhaafbaar en bieden ze een voldoende kader om het geluidsniveau te beperken of terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau. [appellant] heeft geen informatie of rapport overgelegd waaruit blijkt dat er toch sprake zal zijn van een gerechtvaardigde vrees voor overschrijding van de geluidsnormen. De rechtbank is van oordeel dat voldoende vast is komen te staan dat de geluidsnormen niet zullen worden overschreden.
Verder heeft de rechtbank overwogen dat het college met de opgestelde parkeerbalans voldoende zorgvuldig heeft gemotiveerd dat er geen sprake zal zijn van parkeeroverlast. Er is een parkeerbalans opgesteld waarbij de drie ontwikkelingen die spelen in het dorpshart van Wernhout separaat en samen zijn bekeken. Volgens het college zijn er op piekmomenten minimaal 62 parkeerplaatsen nodig. [appellant] ging uit van de aanleg van 45 parkeerplaatsen. Uit het onderzoek en de toelichting van het college blijkt dat er 54 parkeerplaatsen worden aangelegd en dat er daarnaast nog 12 openbare parkeerplaatsen beschikbaar zullen zijn. [appellant] heeft hiertegen niets ingebracht waaruit de rechtbank zou kunnen afleiden dat het onderzoek van het college onzorgvuldig is.
De rechtbank komt tot de conclusie dat het herstelbesluit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
Hoger beroep
Is er strijd met een goede ruimtelijke ordening?
4.       [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de omgevingsvergunning niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daartoe voert [appellant] aan dat uitbreiding van horecagelegenheid De Bolle Buiken zal zorgen voor onaanvaardbare geluidsoverlast in de vorm van stemgeluiden vanaf de terrassen en de speeltoestellen. Verder ondervindt hij al lange tijd onaanvaardbare geluidsoverlast van de afzuiginstallatie op het dak van het bestaande gebouw. Volgens [appellant] gaan de nieuwe vergunningvoorschriften de geluidsoverlast niet tegen en bovendien zijn deze niet handhaafbaar. Verder heeft de rechtbank volgens [appellant] het mailbericht van 28 november 2022, waarin hij heeft gereageerd op de nieuwe vergunningvoorschriften, ten onrechte niet betrokken bij de einduitspraak. Als laatste voert [appellant] aan dat de verleende omgevingsvergunning ertoe leidt dat er veel parkeeroverlast zal ontstaan, omdat het college het onderzoek naar de parkeerdruk in 2018 heeft uitgevoerd en de parkeerbalans nu niet meer representatief is.
4.1.    Wat [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd over de geluids- en parkeeroverlast is inhoudelijk vergelijkbaar met wat hij in beroep hierover heeft aangevoerd. De rechtbank is in de einduitspraak onder overweging 6.3, 7.2 en 7.3 gemotiveerd op de gronden van [appellant] ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de uitspraak van de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling is het eens met het oordeel van de rechtbank en ziet geen grond voor een ander oordeel.
De Afdeling voegt daaraan nog toe dat de afzuiginstallatie op het dak van het bestaande gebouw geen onderdeel uitmaakt van de verleende omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de horecagelegenheid. Overigens heeft het college op de zitting verklaard dat de bestaande afzuiginstallatie voldoet aan de daarvoor geldende geluidnormen, aangezien uit het akoestisch onderzoek uit 2021 van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant volgt dat er geen overschrijding is van de geldende geluidswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Verder heeft het college toegelicht dat de parkeerbalans op het moment van het bestreden besluit representatief was en gebaseerd was op de toen bekende ontwikkelingen in de omgeving. De Afdeling ziet geen aanleiding om deze toelichting onjuist te achten.
De rechtbank heeft in de naar voren gebrachte stelling van [appellant], dat hij extreme geluidsoverlast zal ondervinden als gevolg van de afzuiginstallatie en dat de parkeerbalans niet representatief is, dan ook terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de vergunning is verleend in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
4.2.    Voor zover [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de nieuwe vergunningvoorschriften uit het herstelbesluit van 23 januari 2023 de geluidsoverlast niet tegengaan en niet handhaafbaar zijn, overweegt de Afdeling het volgende. De Afdeling volgt de rechtbank in haar oordeel dat de nieuwe vergunningvoorschriften bijdragen aan het beperken van de geluidsoverlast. Na ontvangst van het herstelbesluit met de nieuwe vergunningvoorschriften heeft de rechtbank [appellant] op 8 maart 2023 in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, maar [appellant] heeft hier geen gebruik van gemaakt. Het door [appellant] verstuurde mailbericht van 28 november 2022 kan niet worden gezien als een reactie op het herstelbesluit, aangezien het herstelbesluit op het moment van de verzending van het mailbericht nog niet was genomen. Ook overigens heeft de rechtbank geen aanleiding hoeven te zien om het mailbericht van 28 november 2022 in de aangevallen uitspraak te betrekken, omdat dit mailbericht vooral betrekking had op het uitblijven van een dialoog met De Bolle Buiken. Zowel in het mailbericht van 28 november 2022 als in beroep heeft [appellant] zijn betoog ten aanzien van de nieuwe vergunningvoorschriften niet nader onderbouwd.
Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank daarom terecht geoordeeld dat voldoende vast is komen te staan dat de geluidnormen door het bouwplan niet zullen worden overschreden.
4.3.    De conclusie is dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de omgevingsvergunning van 23 november 2021, zoals aangevuld met het herstelbesluit van 23 januari 2023, niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen van de omgevingsvergunning van 23 november 2021 terecht in stand gelaten.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
5.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraken van de rechtbank, voor zover aangevallen.
6.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraken, voor zover aangevallen.
Aldus vastgesteld door mr. J. Gundelach, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, griffier.
w.g. Gundelach
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Boermans
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2026
429-1186