ECLI:NL:RVS:2026:80
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in asielzaak met betrekking tot verblijfsvergunning
Op 9 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek om een voorlopige voorziening. De zaak betreft een verzoeker die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd, maar wiens aanvraag door de minister van Asiel en Migratie op 11 september 2025 opnieuw niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank Den Haag heeft op 18 december 2025 het beroep van verzoeker tegen deze beslissing ongegrond verklaard, waarna verzoeker hoger beroep heeft ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening.
De verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd om te bepalen dat zij niet mag worden uitgezet totdat er een beslissing is genomen op het hoger beroep, en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, waarvoor de huidige procedure zich niet goed leent. Daarom heeft de voorzieningenrechter besloten een voorlopige voorziening te treffen.
In de beslissing is bepaald dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat er op het hoger beroep is beslist. Daarnaast is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die zijn vastgesteld op € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is openbaar uitgesproken op 9 januari 2026.