AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing voorlopige voorziening tegen wijzigingsbesluit omgevingsplan Amstelveen
De raad van de gemeente Amstelveen heeft op 10 december 2025 het wijzigingsbesluit omgevingsplan vastgesteld, waarbij regels over bouwwerken, open erven en terreinen zijn verplaatst en enkele categorieën bouwwerken vergunningvrij zijn gemaakt. Verzoekers, bewoners van Amstelveen, zijn het niet eens met deze wijziging omdat zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat en betogen dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd en niet aansluit bij de doelen van het omgevingsplan.
Zij hebben een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen, uit vrees dat anders op grote schaal gebruik wordt gemaakt van de verruimde vergunningvrijheid voordat de bodemprocedure is afgerond. De voorzieningenrechter oordeelt dat de juridische vragen complex zijn en niet in deze voorlopige procedure kunnen worden beantwoord, en dat daarom alleen een belangenafweging kan plaatsvinden.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van de verzoekers minder zwaar weegt dan het belang van de gemeente om administratieve lasten te verlagen en ruimte te bieden voor vergunningvrij bouwen. De bouwmogelijkheden bestonden grotendeels al onder eerdere bestemmingsplannen, en de nieuwe regels bevatten beperkingen die rekening houden met uitzicht, sociale veiligheid en straatbeeld.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en hoeft de gemeente geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.A. Minderhoud op 13 februari 2026.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het wijzigingsbesluit omgevingsplan Amstelveen wordt afgewezen.
Uitspraak
202600107/2/R1.
Datum uitspraak: 13 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker] en anderen, allen wonend in Amstelveen,
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Amstelveen,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 10 december 2025 heeft de raad het "Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Amstelveen Bruidsschat bouwen" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Amstelveen vastgesteld (het besluit tot wijziging).
Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen beroep ingesteld.
[verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
[verzoeker] en anderen hebben een nader stuk ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 5 februari 2026, waar [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door mr. F.C.S. Warendorf, en de raad, vertegenwoordigd door drs. L. Schouten en N.J. Cuperus, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. Het besluit tot wijziging verplaatst de regels over bouwwerken, open erven en terreinen die in hoofdstuk 22 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Amstelveen waren opgenomen, al dan niet inhoudelijk gewijzigd, naar andere hoofdstukken van het nieuwe deel van dit omgevingsplan. Daarbij heeft de raad enkele categorieën van veel voorkomende bouwwerken onder voorwaarden vergunningvrij gemaakt. In deze procedure zijn de volgende bouwwerken en de daarbij horende nieuwe artikelen van het besluit tot wijziging van belang:
- een berging of overkapping bij woningen in het voorerfgebied (artikel 6.114 in samenhang gelezen met artikel 6.105, eerste lid);
- een erf- of perceelafscheiding bij woningen in het voorerfgebied (artikel 6.172 in samenhang gelezen met artikel 6.162, tweede lid, aanhef en onder a);
- een zwembad bij woningen in het achtererfgebied (artikel 6.178 in samenhang gelezen met artikel 6.162, tweede lid, aanhef en onder a).
Volgens de motivering van het besluit tot wijziging heeft de raad hiervoor gekozen om bewoners en bedrijven meer ruimte te geven om vergunningvrij te verbouwen of uit te breiden. De hiervoor genoemde regels hebben voorrang op de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan op grond van artikel 6.11, derde lid, van het omgevingsplan.
2. [verzoeker] en anderen zijn het niet eens met de hiervoor genoemde artikelen. Zij vrezen dat het benutten van de daarin opgenomen mogelijkheden zal leiden tot een aantasting van hun woon- en leefklimaat. Daarom voeren zij aan dat de raad niet goed heeft gemotiveerd dat die regels nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Ook passen deze regels volgens hen niet goed bij de doeleinden die de raad in het omgevingsplan heeft opgenomen. Ten slotte betogen zij dat de regels die met het besluit tot wijziging zijn opgenomen niet gericht zijn op het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.
3. [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter gevraagd om het besluit tot wijziging te schorsen. Volgens hen hebben zij een spoedeisend belang bij deze voorlopige voorziening. Zij stellen dat anders al op grote schaal gebruik zal zijn gemaakt van de verruiming van het vergunningvrij bouwen op het moment dat de Afdeling uitspraak doet in de bodemprocedure.
4. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
Belangenafweging
5. De betogen van [verzoeker] en anderen leiden tot complexe juridische vragen over de wijze waarop de raad zijn bevoegdheid om het omgevingsplan te wijzigen mag gebruiken. Die vragen lenen zich niet voor beantwoording in deze voorlopige voorzieningenprocedure. Gelet daarop zal de voorzieningenrechter afzien van een voorlopig rechtmatigheidsoordeel. De voorzieningenrechter zal daarom alleen op basis van een belangenafweging een beslissing nemen over het verzoek van [verzoeker] en anderen.
Oordeel van de voorzieningenrechter
6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de belangen van [verzoeker] en anderen minder zwaar wegen dan de belangen die daartegenover staan. Hierna zal de voorzieningenrechter uitleggen waarom hij tot dit oordeel is gekomen.
6.1. De raad streeft met het verruimen van de mogelijkheden om vergunningvrij te bouwen naar een verlaging van de administratieve lasten van eigenaren en gebruikers van gronden in Amstelveen die willen bouwen en van de eigen gemeente. De Omgevingswet biedt daar in beginsel ruimte voor. Bij schorsing worden die mogelijkheden beperkt.
6.2. Daartegenover staat het belang van [verzoeker] en anderen om niet te worden geconfronteerd met de gevolgen van de verruiming totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure. Dat belang weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter minder zwaar. Hij betrekt daarbij dat de bouwmogelijkheden waar het [verzoeker] en anderen om gaat al grotendeels bestonden vóór het besluit tot wijziging, al dan niet na verlening van een omgevingsvergunning. Dat volgt onder meer uit de bestemmingsplannen "Amstelveen Noord-West 2020" en "Amstelveen Zuid-Oost 2015". Die bestemmingsplannen zijn vastgesteld voor de percelen in de omgeving van de woningen van [verzoeker] en anderen.
De hiervoor genoemde bestemmingsplannen lieten onder voorwaarden al overkappingen en bergingen in het voorerfgebied toe. Hoewel bergingen nu 10 m2 groot mogen zijn in plaats van 4 m2, mag er als gevolg van het besluit tot wijziging nog maar één berging of overkapping per woning zijn. In de hiervoor genoemde bestemmingsplannen was geen beperking opgenomen aan het aantal bergingen en overkappingen in het voorerfgebied. Erf- en perceelafscheidingen bij woningen in het voorerfgebied tot een hoogte van 2 m waren ook al toegestaan, mits die bestonden uit een rasterwerk dat minimaal 90% open van structuur was. De vereiste transparantie is in het besluit tot wijziging weliswaar verlaagd, maar erf- en perceelafscheidingen in het voorerfgebied moeten nog steeds voor een groot deel transparant zijn, namelijk voor 50%. Daarmee heeft de raad rekening gehouden met het uitzicht, de sociale veiligheid en het straatbeeld. Tenslotte was een zwembad in het achtererfgebied al vergunningvrij mogelijk onder dezelfde voorwaarden als die de raad heeft opgenomen in het besluit tot wijziging.
Conclusie
7. De voorzieningenrechter zal het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afwijzen.
8. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.L. van Driel Kluit, griffier.