ECLI:NL:RVS:2026:914
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor antennemast in strijd met bestemmingsplan maar niet met goede ruimtelijke ordening
Het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen verleende op 3 februari 2021 een omgevingsvergunning voor het vervangen van een antennemast op een perceel te Terheijden. De vergunning legaliseerde een reeds geplaatste antennemast van circa 21 meter hoog. Een omwonende, derde belanghebbende, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege hinder, mogelijke gezondheidsrisico's en strijdigheid met het bestemmingsplan en de woonbestemming.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarna het college een nieuw besluit nam dat het bezwaar ongegrond verklaarde. De derde belanghebbende ging in hoger beroep tegen dit nieuwe besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep behandeld en overwogen dat hoewel de antennemast in strijd is met de maximale bouwhoogte van het bestemmingsplan, het college de vergunning terecht heeft verleend op grond van een afwijkingsmogelijkheid in de Wabo.
De Afdeling oordeelde dat de antennemast de ruimtelijke kwaliteit niet onevenredig aantast, mede omdat op dezelfde locatie sinds 2006 een mast van vergelijkbare hoogte stond. Geluidshinder en gezondheidsrisico's werden onvoldoende onderbouwd geacht om de vergunning te weigeren. Ook werd geoordeeld dat het college voldoende onderzoek had gedaan en dat het gemeentelijke beleid niet van toepassing was op deze situatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de omwonende wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de antennemast wordt bevestigd.