ECLI:NL:RVS:2026:923
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B vastgesteld ondanks geur- en verkeersbezwaar
De raad van de gemeente Gouda stelde op 10 april 2024 het bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B vast, dat onderdeel uitmaakt van de nieuwbouwwijk Westergouwe en maximaal 458 woningen mogelijk maakt. Appellante, exploitant van een melkveehouderij en zorgboerderij nabij het plangebied, stelde beroep in tegen het noordelijke deel van het plan vanwege bezwaren over geurhinder en verkeersafwikkeling.
Na een herstelbesluit van 21 mei 2025, waarin onder meer een specifieke functieaanduiding 'geurcontour' werd toegevoegd, bleef appellante bezwaren houden over de geurbelasting en de verkeerssituatie. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de geurcontour conform het Activiteitenbesluit milieubeheer was vastgesteld en dat tuinen niet als geurgevoelig object gelden, waardoor het plan een aanvaardbaar verblijfsklimaat biedt. Ook de verkeersrapporten van Goudappel werden als betrouwbaar beoordeeld, waarbij de beperkte extra reistijd en wachtrijen acceptabel werden geacht gezien de urgente woningbehoefte.
Het beroep tegen het herstelbesluit werd ongegrond verklaard en het beroep tegen het oorspronkelijke plan niet-ontvankelijk verklaard omdat het herstelbesluit het eerdere besluit verving. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante, inclusief kosten voor rechtsbijstand en deskundigen, en tot vergoeding van griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 18 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het herstelbesluit bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B is ongegrond verklaard en het beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk, met toekenning van proceskosten aan appellante.