ECLI:NL:RVS:2026:948
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling met het oog op uitzetting na hoger beroep
Appellant werd bij besluit van 19 juni 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, mede omdat de rechtsvraag reeds recentelijk was beantwoord in een uitspraak van 12 februari 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:329) over de gevolgen van het arrest Adrar voor bewaring met het oog op uitzetting.
De Afdeling zag geen aanleiding om het besluit tot bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt bevestigd.