ECLI:NL:RVS:2026:98
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 4 september 2025 niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 5 december 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij een brief van de Bulgaarse ambassade had ontvangen waarin werd aangegeven dat hij binnen twee maanden een opschortingsbesluit zou ontvangen, en dat hij nog een maand moest wachten. Deze brief werd als bijlage bij het hogerberoepschrift gevoegd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat deze brief geen bewijs vormt van zijn verblijfsstatus in Bulgarije, aangezien het slechts betrekking heeft op de aanvraag van een tijdelijk reisdocument.
Omdat appellant geen inhoudelijke kritiek levert op de uitspraak van de rechtbank, kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan inhoudelijke kritiek op de uitspraak van de rechtbank.