ECLI:NL:RVS:2026:998
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoekers hebben op 7 oktober 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Hiertegen hebben zij beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 19 januari 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoekers gingen in hoger beroep bij de Raad van State en vroegen tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Op 23 februari 2026 zou de Afdeling een beslissing nemen op het hoger beroep zelf, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet meer in behandeling werd genomen.
De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Q. Boon, griffier, op 24 februari 2026.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de Afdeling bestuursrechtspraak op korte termijn een beslissing op het hoger beroep zal nemen.