ECLI:NL:CBB:2000:ZG2018
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen procedurele verlenging toelating chloorthalonil bestrijdingsmiddelen
Verzoeksters, de Stichting Zuid-Hollandse Milieufederatie en de Stichting Natuur en Milieu, stelden beroep in tegen besluiten van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) die procedurele verlengingen van toelatingen van bestrijdingsmiddelen met werkzame stof chloorthalonil bevatten. Zij verzochten tevens om een voorlopige voorziening om deze verlengingen te schorsen.
De procedurele verlengingen betroffen een verlenging van de toelatingen tot 1 november 2000, nadat eerdere verlengingen tot 1 november 1999 waren gegeven. Verweerder had deze verlengingen gebaseerd op nieuwe inzichten en aanvullende gegevens die door toelatinghouders waren aangeleverd, waardoor een nadere beoordeling noodzakelijk werd geacht.
Verzoeksters betoogden dat de procedurele verlengingen onterecht waren omdat de middelen niet aan de milieueisen voldeden en dat de verlengingstermijn te ruim was. De president oordeelde dat de procedurele verlenging slechts een termijnverlenging is om tot een volledige beoordeling te komen en dat het wetenschappelijk debat over de milieueffecten niet in deze voorlopige voorzieningsprocedure kan worden gevoerd.
De president concludeerde dat er onvoldoende spoedeisend belang was omdat een inhoudelijke beslissing over de toelatingen spoedig zou volgen en de verlengingen daarmee op korte termijn achterhaald zouden zijn. Daarom wees hij het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de procedurele verlenging van toelatingen van chloorthalonilhoudende bestrijdingsmiddelen wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.