ECLI:NL:CBB:2001:AA9525
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Wolters
- H.C. Cusell
- G.A.J. van den Hurk
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening biotechnologische handelingen met genetisch gemodificeerde muizen door Nederlands Kanker Instituut
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde het beroep van twee dierenrechtenorganisaties tegen een door de Minister van Landbouw verleende vergunning aan het Nederlands Kanker Instituut (NKI) voor het uitvoeren van biotechnologische handelingen met genetisch gemodificeerde muizen.
De kern van het geschil betrof de interpretatie en toepassing van artikel 66 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwwd), met name de toetsing van ethische bezwaren en de afweging van het belang van het onderzoek tegen mogelijke schade aan dieren. Appellanten voerden aan dat de vergunning te ruim was, onvoldoende toetsing plaatsvond, en dat ethische bezwaren doorslaggevend zouden moeten zijn.
Het College oordeelde dat ethische bezwaren weliswaar een rol spelen, maar dat deze niet per definitie doorslaggevend zijn; een belangenafweging is vereist waarbij het aanzienlijke volksgezondheidsbelang van het onderzoek zwaarwegend is. De Commissie biotechnologie bij dieren had de aanvraag zorgvuldig beoordeeld en een meerderheid had geadviseerd de vergunning te verlenen onder voorwaarden. Het College vond geen reden om het meerderheidsadvies te negeren.
Verder werd geoordeeld dat de vergunningaanvraag voldeed aan de eis van toetsbare eenheden, dat het toezicht via de Wet op de dierproeven voldoende was, en dat er geen reële alternatieven waren voor het onderzoek. Ook het aantal te gebruiken dieren werd als redelijk beoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor biotechnologische handelingen met genetisch gemodificeerde muizen is ongegrond verklaard.