ECLI:NL:CBB:2001:AB0788
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B. Verwayen
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Schorsing besluiten tot preventieve ruiming van evenhoevigen wegens verdenking mond- en klauwzeer
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van de Rijksdienst voor keuring van Vee en Vlees die alle evenhoevigen op hun bedrijven als verdacht van mond- en klauwzeer aanmerken en hun preventieve ruiming gelasten. De besluiten zijn gebaseerd op de verdenking dat in de omgeving een bedrijf met mond- en klauwzeer besmetting ligt, waarbij de incubatietijd en de herkomst van dieren uit een risicovolle rustplaats in Frankrijk een rol spelen.
Verzoekers stelden dat de preventieve ruiming disproportioneel is en niet in verhouding staat tot het beoogde doel, waarbij ook morele en ethische belangen spelen. Verweerder benadrukte het belang van spoedige uitvoering om verspreiding te voorkomen en wees op zijn wettelijke en internationale verantwoordelijkheden.
De president van het College oordeelt dat de verdenking onvoldoende is onderbouwd omdat bevestiging door laboratoriumonderzoek of klinische symptomen ontbreekt. De Richtlijn 85/511/EEG stelt dat het doden van dieren pas mag plaatsvinden na bevestiging van besmetting. Daarom worden de besluiten geschorst totdat een dergelijke bevestiging is verkregen. Verweerder kan de schorsing opheffen bij gewijzigde omstandigheden of nieuwe bevestigende gegevens.
Uitkomst: De besluiten tot preventieve ruiming van evenhoevigen worden geschorst wegens het ontbreken van bevestiging van besmetting.