ECLI:NL:CBB:2001:AB2217
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Schorsing accountant-administratieconsulent wegens onvoldoende onafhankelijkheid bij belangenverstrengeling
Appellant, een accountant-administratieconsulent, stelde beroep in tegen een tuchtbeslissing van de raad van tucht waarin hij werd geschorst voor een maand vanwege geconstateerde onverenigbaarheid van functies en belangenverstrengeling bij twee besloten vennootschappen, Vooruit en Zuid-Holland.
Het College van Beroep oordeelde dat appellant als bestuurder van een administratiekantoor dat certificaathouder was van Vooruit, en als aandeelhouder en accountant van Zuid-Holland, onvoldoende onafhankelijkheid had betracht. Dit was in strijd met de gedragsregels, met name artikel 24 van Pro de GBAA. Daarnaast werd vastgesteld dat de raad van tucht onterecht had beslist op klachten die niet eerder aan de orde waren gesteld, wat appellant in zijn procespositie schaadde.
De provisie die appellant ontving uit vastgoedtransacties werd niet als tuchtrechtelijk verwijtbaar beoordeeld omdat deze niet voortvloeide uit zijn werkzaamheden als accountant.
Het College verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de eerdere beslissing, en legde een schorsing van één maand op, waarbij het belang van onafhankelijkheid als fundamenteel werd benadrukt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en appellant geschorst voor één maand wegens onvoldoende onafhankelijkheid.