ECLI:NL:CBB:2001:AB2227
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Kuiper
- C.J. Borman
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift wegens ontbreken tijdige schriftelijke machtiging
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Minister van Economische Zaken inzake een verzoek tot splitsing van een S&O-verklaring. Verweerder verklaarde het bezwaarschrift niet-ontvankelijk omdat de vereiste schriftelijke machtiging van de gemachtigde niet tijdig was verstrekt.
Het College overwoog dat het bestuursorgaan op grond van artikel 2:1, tweede lid, Awb bevoegd is een schriftelijke machtiging te verlangen om vast te stellen dat het bezwaar namens de belanghebbende wordt ingediend. Het niet tijdig overleggen van deze machtiging is een verzuim dat tot niet-ontvankelijkverklaring kan leiden.
Appellante voerde aan dat de sanctie niet in verhouding stond tot het verzuim en dat de machtiging niet essentieel was. Het College verwierp deze stellingen en benadrukte het belang van duidelijkheid over de indiener van het bezwaar. Ook het argument dat de belastingdienst geen machtiging vraagt, werd niet gevolgd.
De termijn voor het overleggen van de machtiging was verstreken zonder ontvangst, mede door vakanties van betrokkenen. Dit risico kwam voor rekening van appellante. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig overleggen van een schriftelijke machtiging, waardoor het bezwaarschrift niet-ontvankelijk is.