ECLI:NL:CRVB:2010:BO1706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens ontbreken schriftelijke machtiging
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep van betrokkene tegen een niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar gegrond had verklaard.
Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen een besluit van UWV, ingediend door een gemachtigde zonder schriftelijke machtiging. UWV had verzocht om binnen twee weken een schriftelijke machtiging te overleggen, bij gebreke waarvan het bezwaar niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Betrokkene reageerde niet tijdig op dit verzoek, waarna het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om een schriftelijke machtiging in dit geval achterwege had kunnen blijven, mede omdat in eerdere procedures dezelfde gemachtigde was opgetreden. De Centrale Raad van Beroep stelt echter dat UWV bevoegd was om een schriftelijke machtiging te verlangen en dat het volgen van een strikte lijn gerechtvaardigd is. Daarom vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 oktober 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond omdat appellant terecht een schriftelijke machtiging heeft verlangd.