ECLI:NL:CBB:2001:AB3248
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.G. Lubberdink
- M.A. van der Ham
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over intrekking subsidie wegens veehouderij op bebost landbouwperceel
Appellant ontving een subsidie voor de aanleg van bos op landbouwgrond, waarbij hij zich verplichtte de grond uit productie te nemen. Tijdens controle bleek dat appellant circa 550 varkens hield op het bosperceel, wat verweerder kwalificeerde als veehouderij en daarmee als het niet uit productie houden van de grond. Appellant voerde aan dat de varkens alleen werden ingezet voor bosbeheer en onkruidbestrijding, zonder winst te maken, en dat het bos geen schade had ondervonden.
Het College overwoog dat de Regeling een tweeledig doel heeft: het uit productie nemen van landbouwgrond en het verkleinen van het tekort aan bosbouwproducten. Het houden van varkens op het perceel betekent dat de grond niet uit productie werd gehouden, ongeacht de winstgevendheid of het doel van het houden van de dieren. Ook het feit dat appellant geen voorafgaande toestemming had en informatie bij onbevoegde instanties had ingewonnen, leidde tot het oordeel dat hij het risico draagt.
Verweerder heeft de subsidie gedeeltelijk ingetrokken en teruggevorderd, beperkt tot de inkomenscompensatie over 1997. Het College achtte dit besluit rechtmatig en verklaarde het beroep ongegrond. De bevoegdheid van het College werd bevestigd op grond van de Landbouwwet, ondanks de latere invoering van de Kaderwet LNV-subsidies.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de gedeeltelijke intrekking van de subsidie bevestigd.