4. Het standpunt van appellant
Appellant heeft ter ondersteuning van het beroep - samengevat - onder meer het volgende tegen het bestreden besluit aangevoerd.
Primair is appellant van mening dat het bezwaar binnen de wettelijke termijn is ingediend.
Op 21 oktober 2000 heeft appellant de niet gedateerde beslissing van de tentamenuitslag ontvangen. Volgens mededeling op de beslissing kon binnen 6 weken na ontvangst ervan bezwaar worden gemaakt. De termijn eindigde derhalve op 2 december 2000. In het bestreden besluit is verweerder, in tegenstelling tot hetgeen in het primaire besluit is vermeld, uitgegaan van de verzenddatum van het besluit. Volgens mededeling van verweerder is de verzenddatum 17 oktober 2000. Appellant is niet meer in staat om deze datum te verifiëren, aangezien hij de enveloppe niet meer heeft. Appellant acht dit echter niet relevant, aangezien het primaire besluit aangeeft dat de termijn begint te lopen na ontvangst van dit besluit. Ten onrechte wordt kennelijk teruggevallen op de Awb.
Echter, ook wanneer ervan wordt uitgegaan dat de Awb van toepassing is, is het bezwaarschrift tijdig ingediend, aangezien de tentamenuitslag werd ontvangen op 21 oktober 2000. Dit impliceert dat deze op 20 oktober 2000 ter post is bezorgd. De termijn begint dan ingevolge artikel 6:8, lid 1, van de Awb, te lopen op 21 oktober 2000. Appellant heeft het bezwaarschrift op 30 november 2000 ter post bezorgd. Tevens is het bezwaarschrift op 2 december 2000 per fax aan verweerder verzonden. Niet betwist is dat het bezwaar binnen 1 week na sluiting van de termijn is ontvangen. Derhalve is voldaan aan artikel 6:9, lid 2, van de Awb.
Subsidiair betoogt appellant het volgende.
Op of omstreeks 26 oktober 2000 heeft appellant bij D van Nivra/Nijenrode telefonisch aangekondigd bezwaar te maken tegen de uitslag. D heeft appellant toen ingelicht over de bezwaarprocedure. Nadere motivering van het bezwaar zou ingediend kunnen worden nadat appellant een advies van een onafhankelijke Nivra/Nijenrode docent aangaande zijn tentamenuitwerking zou hebben ontvangen. Appellant heeft onverwijld een docent aangezocht. Nivra/Nijenrode heeft de betreffende docent de gecorrigeerde tentamenuitwerking begin november toegestuurd.
Na ontvangst van diens advies heeft appellant op 30 november 2000 het bezwaarschrift nader schriftelijk gemotiveerd en verzonden.
Volgens mededeling van E van verweerder gold ten aanzien van de indieningstermijn een soepele regeling: de inlevertermijn zou in alle gevallen met 1 week verlengd worden, indien melding is gemaakt van het (voornemen tot) bezwaar. Door appellant is onomstotelijk aan dit kenbaarheidsvereiste voldaan. Verweerder heeft zelfs naar aanleiding van de aankondiging dat appellant bezwaar zou indienen handelingen verricht om hem in staat te stellen het bezwaar nader te motiveren.
Op grond hiervan is appellant dan ook - subsidiair - van mening dat de gebruikelijke, soepele regeling die verweerder hanteert bij de indieningstermijn, ten onrechte niet op appellant is toegepast.
Ter zitting heeft appellant hier onder meer aan toegevoegd dat hij op 17 of 18 oktober 2000 telefonisch navraag heeft gedaan bij verweerder naar het tijdstip waarop hij de uitslag van zijn tentamen kon verwachten. Hem werd toen meegedeeld dat de uitslagen reeds verstuurd waren.