ECLI:NL:CBB:2001:AD3481
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Roemers
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bij beroepen tegen heffingen op invoer van landbouwproducten volgens douanewetgeving
In deze zaak hebben appellanten beroep ingesteld tegen besluiten van de inspecteur Belastingdienst/Douane betreffende aanvullende heffingen op invoer van kaas voor verwerking uit Litouwen. De heffingen werden aangeduid als landbouwheffingen, maar betroffen feitelijk douanerechten volgens het gemeenschappelijk douanetarief.
Het geschil spitst zich toe op de vraag welke instantie bevoegd is om over het beroep te oordelen: het College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Tariefcommissie. Appellanten stelden dat het College bevoegd is omdat de heffingen landbouwheffingen zijn, terwijl verweerder stelde dat het om douanerechten gaat, waarvoor de Tariefcommissie bevoegd is.
Het College oordeelt dat sinds 1 januari 1997 de term landbouwheffing niet meer voorkomt in het Communautair douanewetboek en dat de opgelegde heffingen feitelijk douanerechten zijn. Daarom is de Tariefcommissie exclusief bevoegd, ook als de heffingen ten onrechte als landbouwheffingen zijn aangeduid. De beroepen bij de Tariefcommissie zijn inmiddels behandeld, waardoor het College zich onbevoegd verklaart.
Het College wijst een proceskostenveroordeling af, maar bepaalt dat appellanten het betaalde griffierecht vergoed krijgen vanwege de onjuiste aanduiding van de heffingen door verweerder.
Uitkomst: Het College verklaart zich onbevoegd en wijst het beroep af, met vergoeding van het griffierecht aan appellanten.