ECLI:NL:CBB:2001:AD3636
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit verdachtverklaring en schadevergoeding varkensbedrijf klassieke varkenspest
Appellant exploiteert een varkensbedrijf waarvan de varkens bij besluit van 7 februari 1997 verdacht werden verklaard van besmetting met klassieke varkenspest. Verweerder nam daarop maatregelen waaronder het preventief ruimen van het bedrijf en het toekennen van een schadevergoeding. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde onder meer dat de burgemeester bevoegd was tot het nemen van de maatregelen, dat de maatregelen onzorgvuldig en onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd waren, en dat de schadevergoeding ontoereikend was.
Het College oordeelt dat verweerder bevoegd was tot het nemen van de spoedeisende maatregelen vanwege de virulentie en besmettelijkheid van de ziekte en het belang van snelle bestrijding. De criteria voor verdachtverklaring en preventieve ruiming zijn wetenschappelijk onderbouwd en redelijk toegepast. Het beleid om bedrijven binnen een straal van één kilometer preventief te ruimen is gebaseerd op onderzoek en noodzakelijk om verdere verspreiding te voorkomen.
Ten aanzien van de schadevergoeding volgt het College dat het stelsel van vergoeding in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren een gesloten stelsel is en dat schade die niet onder deze regeling valt, als normaal bedrijfsrisico moet worden beschouwd. Het verschil in behandeling tussen fokvarkens- en vleesvarkensbedrijven is gerechtvaardigd en niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de besluiten tot verdachtverklaring, preventieve ruiming en schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.