ECLI:NL:CBB:2001:AD4695
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- H.G. Lubberdink
- M.A. van der Ham
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van heffingen Productschap Wijn op druivenwijn versus vruchtenwijn
Het geschil betreft de heffingen opgelegd door het Productschap Wijn aan appellanten voor het in Nederland in de handel brengen van druivenwijn, waaronder tafeldruivenwijn. Appellanten betwisten de heffingen onder meer wegens strijd met het EG-verdrag, met name artikel 90, dat discriminatie van binnenlandse producten verbiedt.
Het College oordeelt dat de heffingen niet uitsluitend op ingevoerde wijn zijn gericht, maar ook op binnenlandse productie, waardoor ze niet als invoerrechten kunnen worden gekwalificeerd. Vervolgens beoordeelt het College de gelijksoortigheid van druivenwijn en vruchtenwijn. Uit jurisprudentie en feiten blijkt dat tafeldruivenwijn en vruchtenwijn gelijksoortige producten zijn, ondanks verschillen in productieproces en consumptiepatronen.
Het College constateert dat vruchtenwijn aanzienlijk lager wordt belast dan druivenwijn, ook wanneer rekening wordt gehouden met heffingen op vruchtenconcentraat. Deze ongelijke belasting is in strijd met artikel 90 EG Pro. Het argument van verweerder dat de opbrengsten ten goede komen aan de ingevoerde producten kan deze strijdigheid niet wegnemen.
Daarom verklaart het College de heffingen op tafeldruivenwijn onverbindend en vernietigt de bestreden besluiten. Verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten van appellanten.
Uitkomst: De heffingen op tafeldruivenwijn zijn in strijd met artikel 90 EG en worden vernietigd; verweerder moet opnieuw beslissen.